Jurisprudentie

Hof: uitgegaan moet worden van het acceptatiebeleid van de concrete verzekeraar

  • Hof Amsterdam
  • 4 april 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:1195
  • 200.192.737/01

Het staat een verzekeraar in beginsel vrij om bij een verzekering haar beleid te volgen. Daarnaast geldt dat [appellant] uit de aan hem voorgelegde gezondheidsverklaring en toelichting daarop, had behoren te begrijpen dat de gevraagde informatie van belang was voor de beoordeling van het te verzekeren risico. Naar het oordeel van het hof heeft verzekeraar haar acceptatiebeleid voldoende aangetoond. Van dat beleid behoeft niet te worden geabstraheerd. Met name hoeft niet te worden uitgegaan van acceptatiecriteria van een redelijk handelend verzekeraar.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: benadeelde heeft recht verwerkt om op ingenomen standpunt verrekening AOV terug te komen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Noord-Holland
  • 8 oktober 2015
  • C/l 5/222909 / HA RK 15/40

Rechtsverwerking, ongeval 2009, zelfstandige ondernemer in de bouw; verrekening AOV? 1. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker het recht heeft verwerkt het standpunt in te nemen dat de AOV niet met de inkomensschade verrekend dient te worden. Partijen hebben gedurende de onderhandelingen over de afwikkeling van de schade gecorrespondeerd over het al dan niet verrekenen van de AOV. Bij brief van 20 januari 2011 heeft verzoeker bij monde van zijn advocaat expliciet het standpunt ingenomen de AOV te zullen verrekenen. De advocaat heeft daarbij geen voorbehoud gemaakt, maar juist uitdrukkelijk de discussie over het al dan niet verrekenen van de AOV beëindigd. De rechtbank verwerpt het verweer dat het voeren van onderhandelingen een dynamisch proces is en dat het partijen daarin vrijstaat van standpunt te veranderen. 2. Betaalde premies alleen verrekenen voor het jaar voorafgaand aan het ongeval; voor de overige jaren heeft verzekeraar risico. 3. Kosten deelgeschil: € 5.422,80; uren teruggebracht van 20 tot 17; uurtarief € 240,-.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: geen no cure no pay-vergoeding voor belangenbehartiger na inschakelen advocaat voor procedure

  • Hof Den Bosch, Overige belangenbehartigers
  • ECLI:NL:GHSHE:2014:2152
  • HD 200.117.250_01

Belangenbehartiger heeft met cliënt overeenkomst op basis van ‘no cure no pay’ gesloten in een conflict met een AOV-verzekeraar. De cliënt schakelt op advies van de belangenbehartiger zelf een advocaat in om te procederen; de AOV-verzekeraar wordt in de procedure veroordeeld tot betaling van € 163.000; de belangenbehartiger vordert een succes fee van € 33.558. De rechtbank heeft belangenbehartiger opgedragen te bewijzen dat bij het sluiten van de overeenkomst tussen partijen is afgesproken dat een gerechtelijke procedure zo nodig door een ander dan belangenbehartiger gevoerd zou (kunnen) worden. De rechtbank achtte belangenbehartiger niet in het bewijs geslaagd. Het hof bevestigt deze uitspraak. De betekenis van een omstreden overeenkomst moet door de rechter worden vastgesteld aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en van hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Uit de tekst van de machtiging en de verklaringen kan naar het oordeel van het hof niet de ruime uitleg die belangenbehartiger voorstaat worden afgeleid, zodat het op de weg van belangenbehartiger lag om nader bewijs te leveren. Dit bewijs is niet geleverd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: wa-verzekeraar mag AOV-uitkering (schadeverzekering) verreken onder aftrek van betaalde premies

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • ECLI:NL:RBMNE:2014:372
  • C-16-354194 - HA RK 13-279

Mag wa-verzekeraar de AOV-uitkering in minderring brengen op de schade? 1. De rechtbank komt tot het oordeel dat sprake is van een schadeverzekering (en niet van een sommenverzekering), omdat a. de polisvoorwaarden een koppeling maken tussen het werkelijke inkomen zonder ongeval en de hoogte van de uitkering; b. de AOV een zgn correctiebepaling kent en c. in de polisvoorwaarden een regresbepaling is opgenomen. Nu sprake is van een schadeverzekering is verrekening (ex art 6:100 BW) op zijn plaats. 2. De rechtbank oordeelt dat de redelijkheid meebrengt dat de premies die benadeelde heeft betaald voor de AOV-verzekering op het genoten voordeel in mindering moeten worden gebracht. 3. Kosten deelgeschil: € 3.894,93.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: AOV-uitkering zzp’er (sommenverzekering) mag niet verrekend worden met de schade

  • Rechtbank Rotterdam
  • ECLI:NL:RBROT:2014:167
  • KTN-2366880

Zzp’er raakt arbeidsongeschikt door arbeidsongeval. Mag arbeidsongeschiktheidsuitkering worden verrekend met de schade? Toepassing art. 6:100 BW (voordeelverrekening). De kantonrechter toetst aan de zes gezichtspunten van HR 1 oktober 2010 (LJN BM 7808, JA 2010, 155). De kantonrechter oordeelt dat de AOV strekt tot dezelfde schade te vergoeden als waarvoor veroorzaker aansprakelijk is. Hij stelt vast dat sprake is van een sommenverzekering: de hoogte van de uitkering is afhankelijk van een tevoren vastgestelde verzekerde som en niet van het laatstelijk verdiende inkomen. Er is geen correctiebepaling opgenomen ingeval er geen sprake (meer) is van schade. De kantonrechter oordeelt voorst dat verrekening van AOV-uitkeringen in beginsel niet in overeenstemming met de redelijkheid is, nu de aansprakelijke partij een aansprakelijkheidsverzekering heeft (gezichtspunt e).

Lees verder

Jurisprudentie

Persoonlijk onderzoek bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen

  • PIV-bulletin
  • BX9465

Persoonlijk onderzoek bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringenHof Den Bosch 4 september 2012 Mr. E.J. Wervelman[i] Bij arrest van 4 september 2012[ii] heeft het Hof Den Bosch een arbeidsongeschiktheidsverzekeraar op de vingers getikt. Anders dan de Rechtbank Middelburg[iii], is het hof namelijk van oordeel dat verzekeraar te snel heeft gegrepen naar het middel van verrichten van een persoonlijk onderzoek. […]

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: AOV (sommenverzekering) moet als voordeel worden verrekend met vergoeding verlies van arbeidsvermogen (art 6:100 BW)

  • Rechtbank Den Haag
  • ongepubliceerd
  • 406273 / HA RK 11-672

De rechtbank stelt vast dat de AOV van benadeelde een sommenverzekering is. De rechtbank oordeelt vervolgens dat de uitkering uit hoofde van de AOV strekt tot vergoeding van inkomensschade. Zoals uit de polisvoorwaarden blijkt, is het doel van de uitkering de vergoeding van derving van inkomen door benadeelde ten gevolge van zijn arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verwijst naar Hoge Raad 1 oktober 2010 (LJN: BM7808) en oordeelt dat het in het onderhavige geval redelijk is om tot verrekening over te gaan. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat sprake is van een arbeidsongeschiktheidsverzekering die voorziet in een periodieke uitkering die strekt tot vergoeding van inkomensschade van benadeelde. (uurtarief € 240,-; gevorderd € 6.811,56; aantal uren gematigd)

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: HAV-syndroom (beroepsziekte) valt onder polisvoorwaarden AOV, want herkenbaar en benoembaar ziektebeeld

  • Hof Den Bosch
  • BW8401
  • HD 200.086.356 T

Valt arbeidsongeschiktheid wegens Hand-Arm-Vibratie-syndroom (beroepsziekte) onder de dekking van artikel 6 van de algemene voorwaarden? Een redelijke uitleg van dit artikel brengt mee dat ook ingeval niet een objectief medische diagnose voor de klachten is te stellen, maar er wel sprake is van een herkenbaar en benoembaar ziektebeeld, sprake kan zijn van een in relatie tot ziekte objectief medisch vast te stellen diagnose in de zin van de polis.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: verjaring uit art. 7:942 BW ondanks verkorting termijn niet in strijd met redelijkheid

  • Hof Amsterdam
  • BR2125
  • 200.061.577

De gevorderde verklaring voor recht betreft geen rechtsvordering tot het doen van een uitkering maar ziet toe op nakoming van de verplichting tot uitkering op grond van de polis. Daarmee kan men echter de verjaringsregeling in art. 7:942 BW niet omzeilen. De advocaat van de AOV-verzekerde stuitte met de stuitingsbrief van 29 april 2004 de verjaring voor vijf jaar. Op 1 januari 2006 trad het nieuwe verzekeringsrecht in werking. Volgens art. 73 Ow bleven de oude verjaringsregelen nog tot 2007 toepasselijk, waarna de termijn van art. 3:317 lid 1 BW verkort werd tot drie jaar, art. 7:942 BW. De verjaring was voltooid op 30 april 2007. De bewijslast van de ontvangst van een tussentijdse brief ligt volgens de hoofdregel van art. 150 Rv op degene die zich daarop beroept. Wil de stuitingsbrief werking jegens ASR hebben, dan dient deze brief ASR ook te hebben bereikt. Het bewijsaanbod dat de brief is verstuurd is niet ter zake doende omdat met verzending ontvangst niet vaststaat. Verzekeraar behoefde niet met een ondubbelzinnige afwijzing en verwijzing naar het verjaren te reageren na 29-4-2004 omdat het nieuwe recht nog niet van toepassing was. De nakomingsvordering van de maandelijkse uitkeringen is gegrond op de arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2001 zodat niet art. 3:308 BW geldt maar art. 7:942 BW. Een beroep op strijdigheid met de redelijkheid ivm art. 75 Ow is zonder gevolg. Betrokkene was rechtskundig vertegenwoordigd en het voltooien van verjaring kende een uitsteljaar.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: cassatieberoep over uitleg polisvoorwaarden AOV verworpen (art. 81 RO)

  • BR5213
  • 10/03208

AOV, uitleg polisvoorwaarden. Het hof kwam tot het oordeel oordeelde dat verzekerde op basis van de polisvoorwaarden niet geheel, maar slechts gedeeltelijk arbeidsongeschikt was zodat zijn vordering tot veroordeling van Interpolis om uitkering te doen op basis van 100% arbeidsongeschiktheid moest worden afgewezen. Het tegen dit oordeel ingestelde cassatiemiddel wordt door de Hoge Raad verworpen, zonder nadere motivering (art. 81 RO).

Lees verder