Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: gemiste diagnose waardoor reële overlevingskans verloren is gegaan: smartengeld € 200.000,-

  • Rechtbank Rotterdam
  • 21 maart 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:2139
  • C/10/513740 / HA RK 16-977

Uroloog heeft bij patiënte tumor in de nier niet onderkend. De aansprakelijkheid voor een verwijtbaar delay in de diagnose is erkend vanaf 2008. Door het verwijtbaar delay is de overlevingskans van 92% (2008) gedaald naar 13% (2013). In 2014 is patiënte aan de gevolgen van kanker overleden. Verzoekers vorderen € 500.000,- smartengeld. 1. De rechtbank wijst € 200.000,- toe. De rechtbank overweegt hierbij dat door het ernstig verwijtbaar medisch handelen heeft geleid tot een delay van vijf jaar waardoor de aanvankelijke reële kans op overleving verloren is gegaan. Dit heeft geresulteerd in een lijdensweg van dertien maanden waarin patiënte werd geconfronteerd met veel pijn, angst en verdriet totdat zij op de relatief jonge leeftijd van 50 jaar overleed. Niet in geschil is dat in andere landen in vergelijkbare gevallen door de rechter hogere bedragen worden toegekend dan in Nederland. Deze omstandigheid is echter van beperkt gewicht. De ontwikkeling van de maatschappelijke opvattingen over de hoogte van smartengeld in Nederland weegt zwaarder. Die maatschappelijke opvattingen zijn in de loop van de jaren gewijzigd. 2. BGK: verwijzing naar PIV-staffel. 3. Kosten deelgeschil: € 7.823,27.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: sport-en spel, duw na afloop van partijtje ijsvoetbal onrechtmatig

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 16 maart 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:1518
  • C/01/314576 / EX RK 16-196

Verzoeker en verweerder spelen tijdens uitje met het voetbalteam waarin zij beiden zitten een partijtje ijsvoetbal. Na het eindsignaal van de wedstrijd, als verzoeker zijn beschermende pak al heeft uitgetrokken, geeft verweerder hem opzettelijk een duw, waardoor verzoeker valt en letsel oploopt. 1. De rechtbank is van oordeelt dat sprake is van een sport- en spelsituatie en dat de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel van toepassing is. De rechtbank concludeert vervolgens dat de gedraging van verweerder niet binnen de normale uitoefening van het ijsvoetbalspel behoort. Het handelen van verweerder was zodanig gevaarlijk en onzorgvuldig dat dit handelen als onrechtmatig moet worden aangemerkt (artikel 6:162 BW). 2. Geen eigen schuld verzoeker. 3. Kosten deelgeschil: € 5.634,91 (uurtarief € 245,- niet ongebruikelijk).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: nieuw deskundigenbericht nodig ter vaststelling van causaal verband zware tilwerkzaamheden en rugklachten

  • Hof Den Haag
  • 21 maart 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:697
  • 200.157.778/01

Werknemer heeft van 1974 tot 2002 zware bierfusten getild en andere zware werkzaamheden verricht. In 2002 raakt hij arbeidsongeschikt door lage rugklachten. Hij stelt zijn werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. Het hof stelt voorop dat de gezondheidsschade moet zijn veroorzaakt door de werkzaamheden. Het hof acht zich door het rapport van de in gezamenlijk overleg ingeschakelde deskundige (orthopeed), die geen causaal verband aanneemt, onvoldoende voorgelicht met betrekking tot het causaal verband. Hierbij speelt een rol dat een andere deskundige (bedrijfsarts-klinisch geneeskundige) in zijn rapport het causaal verband, wèl aannemelijk acht. Weliswaar is niet komen vast te staan dat de werkgever heeft ingestemd met de opdracht aan de tweede deskundige, maar dat betekent niet dat aan dat rapport geen enkele waarde kan worden toegekend. Het hof heeft behoefte aan een nieuw deskundig oordeel en benoemt twee deskundigen (bedrijfsarts-klinisch geneeskundige en neurochirurg).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: uit rapport deskundige volgt niet dat hernia gevolg is van arbeidsongeval

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 28 februari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1635
  • 200.184.279

Hoger beroep deelgeschil over de vraag of deskundigenrapport uitgangspunt is voor de verdere onderhandelingen. Arbeidsongeval in mei 2006. Medio 2007 wordt bij werknemer een hernia (HNP) geconstateerd. Vraag is of de hernia veroorzaakt is door het arbeidsongeval. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat uit het rapport van de deskundige niet de conclusie kan worden getrokken dat de HNP die bij werknemer medio 2007 is geconstateerd in (medisch) causale relatie staat tot het ongeval in mei 2006. Op dit onderdeel kan het deskundigenrapport niet als uitgangspunt dienen voor verdere onderhandelingen over de afwikkeling van de schade. Zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere afdoening.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoek om prejudiciële vraag aan Hoge Raad over PIP-implantaten afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 4 januari 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:42
  • C/01/311082 / HA ZA 16-515

Benadeelde heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft opgelopen door PIP-implantaten. Zij wil een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorleggen, nl.: ‘Kan de zorgverlener (in casu het ziekenhuis) aansprakelijk worden gehouden voor het gebruik van gebrekkige hulpzaken?’ De rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank oordeelt dat deze algemene vraagstelling zoals voorgelegd niet kan bijdragen aan een beslissing op de eis van benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof (kort geding): immateriële belang vader bij indienen klacht onvoldoende voor inzage in medisch dossier

  • Hof Den Bosch
  • 7 maart 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:942
  • 200.204.157_01

Vader vraagt inzage in medisch dossier van dochter die zelfmoord heeft gepleegd in psychiatrische instelling ter voorbereiding van een klacht tegen de behandelend psychiater.
Het hof is voorshands van oordeel dat als regel nabestaanden van een overleden patiënt er een rechtens te respecteren belang bij hebben om een klacht te kunnen indienen tegen een behandelaar van de overleden patiënt, wegens een vermeend door die behandelaar gemaakte medische fout. In dit geval speelt daarbij geen materieel belang nu de vergoeding van de overlijdensschade minnelijk tussen partijen is geregeld. Het immateriële, emotionele, belang van de vader bij het kunnen indienen van een klacht vormt geen dusdanig zwaarwegend belang voor inzage in het medisch dossier, dat daarvoor het – algemeen maatschappelijke – belang van geheimhouding zou moeten wijken.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: “whiplash-jurisprudentie” niet van toepassing op hondenbeet

  • Rechtbank Amsterdam
  • 9 maart 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:1538
  • C/13/617300 / HA RK 16-388

Benadeelde vraagt verklaring voor recht dat hand- en polsklachten het gevolg zijn van de hondenbeet in 2010. 1. De rechtbank constateert dat de stelling van benadeelde dat het conditio sine qua non-verband is gegeven, aangezien zij voor de hondenbeet geen klachten had, een alternatieve oorzaak niet is gegeven en de klachten zonder de hondenbeet niet zouden zijn opgetreden, lijkt te zijn ontleend aan de “whiplash-jurisprudentie”. Die jurisprudentie kan naar het oordeel van de rechtbank niet (naar analogie) worden toegepast in de onderhavige situatie waar sprake is van een hondenbeet in de hand en die dus wezenlijk anders is dan een whiplash, waar dikwijls medisch ‘objectieve’ afwijkingen ontbreken. Het enkele feit dat benadeelde thans klachten heeft die zij daarvoor niet had, is derhalve onvoldoende om het csqn-verband aan te nemen. 2. De rechtbank acht op basis van de medische gegevens causaal verband niet aangetoond. 3. Kosten deelgeschil: € 8.865,39 (uurtarief € 265,- ) toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: cessie BGK- vordering rechtsgeldig; omvang BGK niet redelijk, aantal uren gematigd

  • Hof Den Bosch
  • 14 maart 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:1012
  • 200.187.843_01

Belangenbehartiger vordert niet betaalde BGK van € 8.010,98 van zijn cliënt (benadeelde) en van de WAM-verzekeraar; door verzekeraar was reeds € 2.668,55 betaald. 1. Het hof oordeelt dat de vordering ter zake de door belangenbehartiger te maken buitengerechtelijke kosten rechtsgeldig door de cliënt aan de belangenbehartiger is gecedeerd. (r.o. 3.5.1). 2. De rechtbank stelt dat de declaraties betrekking hebben op de vaststelling van de omvang van de geleden schade en die werkzaamheden niet onredelijk waren. Voor zover de op de specificatie opgenomen werkzaamheden niet zijn gedocumenteerd, heeft belangenbehartiger niet aangetoond dat zij zijn verricht. Daarnaast laat het hof een aantal werkzaamheden buiten beschouwing die in redelijkheid niet rechtvaardigen dat daar nog eens 6 minuten tijd volgens het uurtarief van belangenbehartiger voor wordt berekend (zoals het zeer kort antwoorden op een ingekomen e-mail en het redigeren van een begeleidend briefje bij het toesturen van ontvangen correspondentie). Het hof overweegt voorts dat het kan voorkomen dat – achteraf – blijkt dat de omvang van de schade niet zo hoog is als oorspronkelijk werd vermoed. Dat doet echter niet af aan het feit dat kosten tot het vaststelling van de omvang van de schade zijn gemaakt. Een in dat geval bestaande wanverhouding tussen de BGK en de uiteindelijke schade levert dan geen grond op om de BGK te matigen. (r.o 3.8). Het hof acht het uurtarief van € 300,- hoog, maar niet ongebruikelijk. Het hof wijst een bedrag van € 5.025,13 toe.

Lees verder

Vaknieuws

Register Letselschade gelanceerd: nieuw kwaliteitsstelsel van dienstverleners in de letselschadebranche

  • Letselschade Raad
  • 15 maart 2017

Op 15 maart 2017 vond bij De Letselschade Raad in Den Haag de officiële lancering plaats van het nieuwe Register Letselschade, het nieuwe kwaliteitslabel van dienstverleners in de letselschadebranche. Het nieuwe register vloeit voort uit het opgaan van de Stichting Keurmerk Letselschade per 1 januari jl. in De Letselschade Raad na een fusie tussen beide organisaties. Door de komst van het nieuwer register ontstaat er één overkoepelend kwaliteitsstelsel voor professionele letselschadedienstverleners.

Lees verder

Vaknieuws

PIV-Jaarconferentie ‘Veiligheid Voorop!’ op 31 maart helemaal vol!

  • 16 maart 2017
  • Rachel Dielen & Monique Volker

De PIV-Jaarconferentie ‘Veiligheid Voorop!’ die op 31 maart zal plaats vinden is helemaal vol! 600 mensen hebben zich aangemeld. Het PIV is blij dat er weer zo veel belangstelling is voor de Jaarconferentie. Het is nog wel mogelijk om u bij Kerckebosch aan te melden voor de wachtlijst. Sprekers tijdens het plenaire deel van de dag zijn: dr. Gerard Tertoolen, verkeerspsycholoog, prof. mr. Gijs van Dijck, Hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Maastricht, Gerda van ’t Land en prof. E. Scherder, hoogleraar neuropsychologie aan de VU. In de middag vinden workshops plaats.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: causaal verband tussen nekklachten en incident in bus niet bewezen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 7 maart 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1936
  • 200.092.405/01

Elfjarige jongen wordt in 2006 door begeleider hardhandig uit bus gezet. De jongen stelt dat hij als gevolg hiervan de rug- en nekklachten heeft. Het hof stelt vast dat de deskundige het causaal verband tussen de klachten en het incident in de bus (minst genomen) discutabel acht. De deskundige acht het waarschijnlijk dat de klachten zich ook zouden hebben voorgedaan indien het incident niet was gebeurd. Het hof ziet geen reden om niet uit te gaan van de juistheid van het oordeel van de deskundige. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de deskundige deskundig is. Het hof acht het rapport van de deskundige consistent en de conclusies niet zijn weerlegd met een rapport van een partijdeskundige. Het hof oordeelt dat niet bewezen is dat sprake is van causaal verband tussen de nekklachten en het incident.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: aansprakelijkheidsvraag sprong psychiatrische patiënt niet geschikt voor deelgeschil

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 2 maart 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:1280
  • C/01/312529 / EX RK 16-165

Psychiatrische patiënt op gesloten afdeling springt van balkon en loopt dwarslaesie op. Hij stelt de inrichting aansprakelijk.1. De rechtbank verwerpt het verweer dat nu geen buitengerechtelijke onderhandelingen hebben plaatsgevonden reeds daarom niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van een deelgeschilprocedure. Gelet op de opstelling van de verzekeraar, is het verzoeker niet kwalijk te nemen dat hij de weg van het deelgeschil heeft gekozen. 2. De rechtbank oordeelt dat de aansprakelijkheidsvraag nog niet beantwoord kan worden omdat nader onderzoek nodig is. Daarvoor leent de deelgeschilprocedure zich niet. 3. Kosten deelgeschil begroot op € 4.135,80 (gevorderd: € 13.346,93).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vier deskundigen benoemd ter vaststelling verband gezondheidsklachten en blootstelling aan oplosmiddelen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 7 maart 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1960
  • 200.152.499/01

Beroepsziekte als gevolg van blootstelling aan oplosmiddelen bij schildersbedrijf in 1999-2000?
Het hof heeft in eerder tussenarrest overwogen dat nog niet vaststaat dat de gezondheidsklachten van werknemer zijn veroorzaakt (dan wel dat aannemelijk is dat ze kunnen zijn veroorzaakt) door de blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij het schildersbedrijf en dat nader onderzoek noodzakelijk is. Het hof benoemt vier deskundigen benoemen die betrokken zijn bij Ika-Ned, een arbeidshygiënist, een neuroloog, een psycholoog en een psychiater. Het hof is met werknemer van oordeel dat niet volstaan kan worden met de IMWD-vraagstelling en neemt de door werknemer voorgestelde vraagstelling over.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: waterschap aansprakelijk voor door brug zakken paard, 70% eigen schuld

  • Rechtbank Limburg
  • 1 maart 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:1874
  • 04 5359801 CV16-8810

Eiser loopt met paard over voetgangersbruggetje. Het paard zakt met been door het bruggetje en loopt letsel op. De kantontrechter toets aan de criteria van het Kelderluikarrest en acht het waterschap aansprakelijk ex art 6:174 BW. Het waterschap heeft een gevaarlijke situatie in het leven geroepen. De kantonrechter concludeert dat het waterschap verzuimd heeft veiligheidsmaatregelen te treffen bij de brug waardoor de kans op het ongeval verkleind zou zijn. Dat valt het waterschap te verwijten en daarmee is het waterschap in beginsel aansprakelijk. 2. Eigen schuld ruiter 70% omdat hij ter plaatse niet mocht rijden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: pizzakoerier botst op betonblokken; eigen schuld 50%, na billijkheidscorrectie 25%

  • Rechtbank Amsterdam
  • 2 maart 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:1475
  • C/13/616642 / HA RK 16-372

Pizzakoerier op brommer rijdt tegen de richting in en botst op onverlichte betonblokken op de weg, die door gemeente waren geplaatst bij wegwerkzaamheden en breekt beide polsen. 1. De rechtbank stelt vast dat verzoeker zijn snelheid onvoldoende heeft aangepast aan de omstandigheden. De rechtbank oordeelt komt tot een causaliteitsverdeling van 50-50. De rechtbank oordeelt dat de gemeente op grond van de billijkheidscorrectie 75% van de schade dient te vergoeden. De rechtbank weegt hierbij mee dat de ernst van de gevolgen van het ongeval groot zijn. Verder vindt de rechtbank het onbegrijpelijk vindt dat de gemeente heeft gekozen voor dergelijke zware objecten en niet voor afzetlinten. Deze mate van verwijtbaarheid en de ernst van de gevolgen van het ongeval voor verzoeker brengen de rechtbank tot een billijkheidscorrectie van 25% (zodat de gemeente 75% van de schade zal dienen te vergoeden. 2. Kosten deelgeschil: 75% van € 4.761,13.

Lees verder