Jurisprudentie

HR: oordeel hof over carrièreverloop en persoonlijkheidsstructuur benadeelde onbegrijpelijk

  • Hoge Raad
  • 17 februari 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:273
  • 16/00939

Benadeelde heeft in 1989 whiplashletsel opgelopen. Vóór het ongeval had benadeelde molen van ouders overgenomen. Uit bedrijfseconomisch onderzoek bleek dat molen niet rendabel was. Benadeelde stelde aanvankelijk dat de molen zijn lust en zijn leven was; in hoger beroep stelde hij (23 jaar na het ongeval) dat hij een diploma van de SMS zou hebben behaald en een carrière vergelijkbaar met die van medestudenten zou hebben gehad. Het hof wees de vordering af. De Hoge Raad acht het oordeel van het hof onbegrijpelijk. De Hoge Raad oordeelt dat de vermeldingen in het neuropsychologisch rapport dat het algehele functioneren van benadeelde nadelig wordt beïnvloed door pre-existente en niet-ongevalsgerelateerde psychologische factoren, zonder nadere motivering niet het oordeel kunnen dragen dat aan gerede twijfel onderhevig is of benadeelde een vergelijkbare carrière had kunnen realiseren als zijn studiegenoten. Het rapport vermeldt immers niet in hoeverre de persoonlijkheidsstructuur van benadeelde zonder ongeval van invloed zou zijn geweest De Hoge Raad oordeelt voorts dat benadeelde niet behoefde te verklaren waarom hij in hoger beroep een ander standpunt innam dan in eerste aanleg. Het stond hem immers in beginsel vrij in hoger beroep de grondslag van zijn vordering te wijzigen. Volgt verwijzing naar een ander hof.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: aanwezigheid benadeelde bij ongeval aangenomen, ondanks veroordeling voor meineed over getuigen

  • Hof Den Haag
  • 14 februari 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:247
  • 200.149.775/01

Benadeelde stelt dat zij als passagier whiplash heeft opgelopen bij ongeval in 2001. Verzekeraar stelt, op basis van verklaring van haar verzekerde dat er geen passagier in auto aanwezig was. Het hof overweegt dat de verklaringen van benadeelde over het ongeval kunnen dienen als bewijs. Benadeelde is niet strafrechtelijk veroordeeld voor haar verklaringen over haar aanwezigheid. Zij is wel veroordeeld voor meineed en valsheid in geschrifte voor zover zij heeft verklaard en doen verklaren dat vier anderen getuige zijn geweest van de aanrijding. Aan de betrouwbaarheid van haar verklaring doet niet af dat de door haar gestelde reden van uitstappen (eten halen bij de Chinees om 16.00 uur) niet voor de hand ligt. Voor zover het al niet voor de hand ligt dat zij eten is gaan halen, betekent dat nog niet dat het niet juist kan zijn. Het hof acht met name van belang dat benadeelde zich al de volgende dag bij de huisarts heeft gemeld. Als deze bij de huisarts afgelegde verklaring onjuist zou zijn, moet benadeelde dit letsel vrijwel direct na de aanrijding hebben verzonnen. Het hof veroordeelt de verzekeraar tot betaling van de schade van benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ontploffing woonwagen in 2005, vordering op gemeente verjaard

  • Rechtbank Limburg
  • 8 februari 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:1054
  • C/03/223134 / HA ZA 16-406

In 2005 heeft eiseres letsel opgelopen bij een ontploffing bij haar woonwagen op een locatie die zij huurde van de gemeente. In 2006 heeft zij de gemeente per brief laten weten dat zij tevoren had gemeld dat zij en gaslucht rook. Van 2007 tot 2009 heeft een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden. In 2016 heeft zij de gemeente aansprakelijk gesteld. De rechtbank stelt voorop dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade ingevolge art. 3:310 lid 1 BW verjaart door verloop van vijf jaar. Zelfs indien er van wordt uitgegaan dat het voorlopig getuigenverhoor stuitende werking zou hebben, dan nóg is de rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaard, nu de vordering pas in 2016 is ingesteld. Bovendien is niet gebleken dat de verjaring, nádat het voorlopig getuigenverhoor was beëindigd, op enige manier is gestuit.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: niet melden zeer zeldzame bijwerking medicijn is geen beroepsfout

  • Rechtbank Rotterdam
  • 1 februari 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:793
  • C/10/497238 / HA ZA 16-257

Benadeelde heeft evenwichtsproblemen na gebruik van medicijn. 1. Indien benadeelde de evenwichtsproblemen heeft gemeld, zouden nacontroles noodzakelijk geweest zijn.. Benadeelde dient te bewijzen dat hij de evenwichtsproblemen heeft gemeld. Omkeringsregel niet van toepassing. 2. Schending informatieplicht door ziekenhuis? Voor het antwoord op de vraag over welke bekende risico’s de hulpverlener de patiënt dient voor te lichten, is onder meer van belang de grootte van de kans dat een bepaald risico zich zal realiseren, alsmede de aard en ernst van dat risico. Het risico op schade aan het evenwichts- en/of gehoororgaan bij gebruik van Gentamicine is 0,01%. De rechtbank oordeelt dat het niet melden van deze zeer zeldzame bijwerking geen beroepsfout is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen causaal verband tussen loonsanctiejaar en ongeval

  • Rechtbank Den Haag
  • 23 januari 2017
  • (nog) niet gepubliceerd
  • 5116739 RP VERZ 16-50391

Werkneemster was betrokken bij een ongeval. Zij raakte arbeidsongeschikt. Werkgeefster betaalde het salaris twee jaar door. De wa-verzekeraar stelde werkgeefster daarvoor schadeloos. UWV legde werkgeefster aanvullend boven de twee jaar een loonsanctie van een jaar op. Verzekeraar weigerde betaling daarvoor aan werkgeefster. De kantonrechter overwoog dat voor werkgeefster een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang tegen het besluit van UWV openstond waarvan zij geen gebruik maakte. Daarom moet ervan uitgegaan worden dat terecht een “sanctie” werd opgelegd. Dat brengt mee dat causaal verband met het ongeval waarvoor de wa-verzekeraar aansprakelijk is ontbreekt.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: manege aansprakelijk voor van geschrokken paard, verdeling schade 50%-50%

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 13 juli 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:4351
  • C/02/298905 / HA ZA 15-309

Eiseres valt van paard dat schrikt van startende tractor. Het paard werd door de manege gebruikt in de uitoefening van haar manegebedrijf. 1. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat de val van eiseres werd veroorzaakt door een hoofdbeweging van het paard, waardoor eiseres, al dan niet direct, uit balans raakte. De rechtbank acht de manege aansprakelijk ex art 6:179 jo 181 lid 1 BW. 2. Eigen schuld (art 6:101 BW) . Het enkele feit dat de benadeelde het paard uit vrije wil berijdt krachtens een paardrijlesovereenkomst is niet voldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat risicoaansprakelijkheid van de manegehouder geheel vervalt. Alles afwegende komt de rechtbank uit op een verdeling van de schade van 50% aan de zijde van de manege en 50% aan de zijde van eiseres.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: hoger beroep deelgeschil mogelijk, bewijs van gebrekkige gladde vloer voorshands geleverd

  • Hof Amsterdam
  • 7 februari 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:368
  • 200.180.061/01

Hoger beroep deelgeschil. Appellanten hebben beheerder winkelcentrum aansprakelijk gesteld voor val op gladde houten vloer. 1. In de bestreden deelgeschilbeschikking is het deelgeschil niet beslecht, omdat de zaak zich niet leende voor behandeling in deelgeschil. Dit is geen situatie waarvoor art. 1019cc Rv (rechter gebonden aan oordeel deelgeschillenrechter als bij eindbeslissing) is geschreven. Echter, nu de bodemrechter – die tevens de rechter was in het deelgeschil – zelf heeft overwogen dat bepaalde rechtsoverwegingen beschouwd moeten worden als beslissingen als bedoeld in art. 1019cc Rv, moet worden geconcludeerd dat zij zich kennelijk in de bodemprocedure aan deze overwegingen gebonden acht. Om die reden zijn appellaten dan ook ontvankelijk in het hoger beroep. 2. Het hof stelt voorop dat voor het antwoord op de vraag of de beheerder aansprakelijk is voor de gevolgen van de valpartijen niet van doorslaggevende betekenis is of deze aansprakelijkheid gebaseerd is op art. 6:174 BW of art. 6:162 BW. Deze maatstaven komen overeen met de Kelderluikcriteria. Het hof oordeelt dat appellanten o.g.v. de overgelegde rapportage, verklaringen en foto’s voorshands bewezen hebben dat de vloer ten tijde van de valpartijen niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mochten worden. Tegenbewijs is mogelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ongeval ZZP-er, verzwegen sportactiviteiten niet relevant, diverse schadeposten toegewezen

  • Rechtbank Limburg
  • 8 februari 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:1058
  • 04 5099371 CV 16 5423

ZZP-er valt in december 2011 tijdens onderhoudswerkzaamheden in Engeland van vliegtuigtrap en verbrijzelt zijn voet. Bij eerder tussenvonnis is de opdrachtgever aansprakelijk geacht. 1. De opdrachtgever stelt dat benadeelde de kantonrechter niet volledig en naar waarheid heeft voorgelicht, door niet te vermelden dat hij heeft deelgenomen aan een triatlon en dat hij op wintersport is geweest. De kantonrechter passeert het verweer, nu ter zitting duidelijk is geworden dat de (sport)activiteiten hebben plaatsgevonden in 2013 en 2014. Dit is geruime tijd na de periode waarover eiser schadevergoeding vordert. 2. Verlies arbeidsvermogen. De vraag of benadeelde zijn werkzaamheden in 2012 bij de opdrachtgever had kunnen continueren acht de kantonrechter minder relevant, nu immers niet in geschil is dat benadeelde in een gezonde toestand hoe dan ook elders inkomen had kunnen genereren. 3. Smartengeld, verbrijzeld hielbot, 51 dagen ziekenhuis : € 11.000,-. 4. BGK afgewezen. Het betreft kosten ter voorbereiding en instructie van de zaak. Daarnaast passen de door benadeelde gevorderde kosten – integrale voldoening van de facturen van de advocaten – niet binnen het kader van artikel 6:96 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ziekenhuis niet aansprakelijk voor mislukte sterilisatie na inschattingsfout

  • Rechtbank Den Haag
  • 1 februari 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:827
  • C-09-502091-HA ZA 15-1407

Benadeelde stelt ziekenhuis aansprakelijk voor mislukte sterilisatie. De rechtbank is van oordeel dat het protocol van het ziekenhuis ten tijde van de behandeling niet afweek van de landelijke praktijk. Dat het ziekenhuis in de voorfase van de behandeling is tekortgeschoten, is niet komen vast te staan. Tussen partijen is niet in geschil dat de gynaecoloog de X-BOZ onjuist heeft geïnterpreteerd, omdat zij op basis van de foto heeft geconcludeerd dat de sterilisatie was geslaagd. Voor de vraag of het ziekenhuis aansprakelijk is, is evenwel niet van belang of de gynaecoloog–achteraf bezien – een inschattingsfout heeft gemaakt. Beoordeeld moet worden of de gynaecoloog op het moment waarop zij de X-BOZ heeft beoordeeld een andere beoordeling heeft gemaakt dan van een redelijk bekwaam en redelijk handelend gynaecoloog in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever aansprakelijk voor val bij uitstappen 62 cm diepe put

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 8 januari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:520
  • 200.166.864/01

Werknemer, expeditie- en magazijnmedewerker, moet dagelijks stand van watermeter van fabriek opnemen. Hij moet hierbij in en uit een 62 centimeter diepe put te stappen waarin geen afstap of trede is aangebracht. De werknemer verstapt zich en loopt letsel op. Het hof verwerpt het verweer van de werkgever dat sprake was van een huis-, tuin- en keukenongeval’ en dat hij niet gehouden was tot het treffen van nadere voorzieningen of het geven van instructies, nu van een (potentieel) gevaarlijke situatie geen sprake was. Het hof is van oordeel dat de werkgever voor de werknemer een gevaarlijke arbeidssituatie heeft gecreëerd. Van de werkgever mochten derhalve maatregelen worden verwacht om de verwezenlijking van het gevaar te voorkomen. Het hof acht de werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: aansprakelijkstelling van Commissie voor Beentumoren niet geschikt voor deelgeschil, kosten afgewezen

  • Rechtbank Overijssel
  • 9 december 2016
  • ECLI:NL:RBOVE:2016:5158
  • C/08/186414 / HA RK 16-73

In 2009 heeft de behandelend arts van verzoekster advies ingewonnen bij de Commissie voor Beentumoren, omdat geen eenduidige diagnose was te stellen. Verzoekster stelt de leden van de Commissie aansprakelijk voor de schade die zij lijdt, omdat het uitgebracht advies volgens haar getuigt van verwijtbaar onzorgvuldig handelen. 1. De rechtbank oordeelt dat het geschil zich niet leent voor een deelgeschil. Het verzoek betreft immers een principiële zaak, die nog niet ten principale bij de rechter aanhangig is gemaakt. De rechtbank stelt vast dat de Commissie geen juridische entiteit c.q. rechtspersoon is met een bestuur. De vraag of hiervoor een grondslag kan worden gevonden is van principiële aard. Bovendien vergt het beslissen op het verzoek een uitvoerig onderzoek. Zulk uitvoerig onderzoek alsmede dat naar een rechtsverhouding gaat de reikwijdte van een beslissing in deelgeschil te buiten. Een beslissing die zou kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst is dan ook niet te geven. De rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk. 2. Kosten deelgeschil afgewezen, omdat verzoekster in redelijkheid had moeten voorzien dat een deelgeschilprocedure niet de geëigende procedure is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: fietser niet aansprakelijk voor aanrijding met overstekende voetganger

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 23 maart 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7441
  • C/16/402185 / HL RK 15-103

Voetganger, die fietspad oversteekt, wordt aangereden door fietser. 1. De rechtbank overweegt dat van een fietser in zijn algemeenheid mag worden verwacht dat deze anticipeert op voetgangers die het fietspad oversteken en dat hij daar zijn snelheid op aanpast. Maar de verkeersbeweging van de voetgang, die het fietspad overstak van achter een bloembak die voor de fietser het zicht op haar ontnam, terwijl het fietspad recht, overzichtelijk en vrij was, moet worden gezien als dusdanig onverwacht en ongebruikelijk dat hij daarop niet behoefde te anticiperen. Hieruit volgt dat de fietser niet in strijd heeft gehandeld met art. 19 RVV – namelijk dat de bestuurder in staat moet zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is – en dat hij zich niet zodanig heeft gedragen dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt als bedoeld in art. 5 WVW. 2. Kosten deelgeschil: € 4.685,- maar afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: geen causaal verband tussen medische fouten en CVA

  • Hof Den Bosch
  • 31 januari 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:311
  • 200.134.547_01

Door een medische fout krijgt benadeelde na operatie geen antistolling toegediend; 9 dagen later treedt CVA (beroerte) op. 1. Het hof concludeert op basis van deskundigenbericht dat er een fout is gemaakt, maar dat er in de concrete situatie van dit geval geen enkele aanwijzing dat het CVA negen dagen later in enig oorzakelijk verband tot deze fout zou kunnen staan. 2. Informed consent. Het hof concludeert dat het weliswaar als een fout moet worden aangemerkt dat benadeelde niet op de hoogte is gebracht van de verhoogde risico’s welke in haar geval met het nemen van een biopt gepaard konden gaan, maar dat er geen begin van bewijs voorhanden is dat het nemen van dit biopt in enig oorzakelijk verband staat tot het CVA 9 dagen later.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: veroorzaker struikelt door achillespeesblessure en is aansprakelijk ex art 6:165 BW

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 24 januari 2017
  • ECLI:NL:RBNNE:2017:240
  • C/19/114713 / HA RK 16-13

Verweerder struikelt op verjaarsfeestje over afstapje en valt tegen de gastvrouw aan, die daardoor haar heup breekt. Verweerder was op dat moment nog herstellende van een achillespeesoperatie, waardoor hij slecht ter been was. 1. De rechtbank leidt uit de feiten af dat het ongeval niet zou hebben plaatsgevonden als bij verweerder geen sprake was geweest van de lichamelijke tekortkoming. Nu de gedragingen onder invloed van zijn lichamelijke tekortkoming zijn verricht, moeten deze naar het oordeel van de rechtbank op grond van art. 6:165 lid 1 als een onrechtmatige daad aan verweerder worden toegerekend. De rechtbank verwijst hierbij naar de Parlementaire Geschiedenis en naar de uitspraak van de Hoge Raad van 2016 waarin werd geoordeeld dat ook ‘onwillekeurige reflexbewegingen’ onder het toepassingsbereik van artikel 6:165 lid 1 BW vallen. 2. Beroep op ongelukkige samenloop van omstandigheden afgewezen. 3. Kosten deelgeschil: € 7.026,41 (uurtarief € 255,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: causaal verband beperkingen en ongeval volgt niet uit gedateerd expertiserapport; psychiatrische expertise bevolen

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 2 juni 2016
  • ECLI:NL:RBNHO:2016:4601
  • C/15/229969 / HA RK 15/124

Whiplash. 1. Verzoeker vraagt de rechtbank a. vast te stellen dat de klachten en beperkingen, zoals die staan beschreven in het neurologisch expertiserapport uit 2011 in causaal verband staan met het ongeval van 2006 en b. te bevelen dat de verzekeraar mee werkt aan een psychiatrisch onderzoek. (a) De rechtbank oordeelt dat de conclusie dat verzoeker nog altijd klachten heeft die in rechtstreeks verband staan tot het ongeval in 2006, niet aan dit rapport kan worden ontleend. Het is opgemaakt in 2011, inmiddels bijna vijf jaar geleden. Zelfs indien op basis van dit rapport zou moeten worden aangenomen dat verzoeker toen reële klachten en beperkingen had die in causaal verband stonden met het ongeval, kan daaraan niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de klachten en beperkingen die verzoeker op dit moment nog ervaart, in causaal verband staan tot het ongeval. (b) De rechtbank beveelt verzekeraar mee te werken aan een psychiatrische expertise, zoals destijds door de neuroloog gesuggereerd. 2. Kosten deelgeschil: € 6.959,06 (uurtarief € 225,-).

Lees verder