Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: minnelijk aanbod is geen erkenning; eenvoudige bewijslevering in deelgeschilprocedure toegelaten

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 10 augustus 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:4610
  • C/16/414192 / HA RK 16-91

Verzoeker komt ten val bij het instappen in een personenauto en loopt een gecompliceerde rechterpolsbreuk op. Hij stelt dat de bestuurder wegreed op het moment dat hij instapte. 1. De rechtbank oordeelt dat het aanbod van de verzekeraar in der minne van 50% te vergoeden geen erkenning van toepasselijkheid van art 185 WVW inhoudt. De rechtbank overweegt hierbij dat verzoeker wordt bijgestaan door een advocaat, die er uit ervaring mee bekend kan zijn dat verzekeraars in het kader van een minnelijke regeling bereid zijn om op basis van veronderstellingen een voorstel te doen voor de afwikkeling van de schade, zonder dat alle details zijn onderzocht en vastgelegd. Dat ontneemt de verzekeraar echter niet de bevoegdheid om in een procedure alle (juridische) argumenten naar voren te brengen. 2. De toedracht van het ongeval niet komen vast te staan. In het algemeen zal de aard van de deelgeschilprocedure zich verzet tegen (uitvoerige) bewijsvoering. De rechtbank is van oordeel dat de aard van de deelgeschilprocedure in dit specifieke geval niet in de weg staat aan bewijsvoering. Het gaat hier om de vaststelling van de aansprakelijkheid en de mate van eigen schuld van verzoeker. Ter zitting is aan de orde geweest dat daartoe verzoeker en de bestuurder als getuigen gehoord dienen te worden. Het is dan ook te verwachten dat met de bewijsvoering niet onredelijk veel tijd zal zijn gemoeid.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar hoeft niet mee te werken aan mediation

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 juli 2016
  • 5234189 HA VERZ 16-152

Benadeelde verzoekt de kantonrechter (onder meer) om de verzekeraar te veroordelen tot medewerking aan mediation, 1. De kantonrechter rechtbank oordeelt dat uit gedragsregels 9 en 10 van de GBL volgt dat indien de onderhandelingen tussen partijen zijn vastgelopen, partijen gezamenlijk naar een oplossing moeten zoeken en dat, wanneer dat niet lukt, zij zich tot een derde dienen te wenden. Behalve het onderhavige deelgeschil zijn tussen partijen nog drie geschillen aanhangig. Gelet op hetgeen in deze zaken is beslist, oordeelt de kantonrechter dat verzekeraar in redelijkheid het verzoek van benadeelde tot het meewerken aan een mediationtraject in dit stadium van de schadeafwikkeling, mocht afwijzen. Verzekeraar heeft dan ook niet onrechtmatig gehandeld door vooralsnog niet aan mediation mee te willen werken. 2. Kosten deelgeschil: € 3.013,41 (gevorderd: € 14.759,58 voor 2 procedures; aantal uren disproportioneel, uurtarief teruggebracht van € 300,- naar € 245,-). (NB: de kantonrechter heeft op 20 juli 2016 uitspraak gedaan in vier tussen dezelfde partijen lopende procedures.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: rapport eenzijdig ingeschakelde deskundige kan niet als uitgangspunt dienen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 juli 2016
  • 5076884 HA VERZ 16-94

Benadeelde verzoekt primair een verklaring voor recht, dat de rapporten van drie deskundigen als uitgangspunt moeten worden genomen bij de schaderegeling. Verzekeraar stelt dat het rapport van deskundige x de toets der kritiek niet kan doorstaan. Verzekeraar heeft niet expliciet bezwaar gemaakt tegen het in gang zetten van deze expertise, maar heeft wel expliciet te kennen gegeven dat zij zich niet automatisch committeerde aan de uitkomsten. De kantonrechter oordeelt dat het onderzoek door deskundige x niet met onvoorwaardelijke instemming van de verzekeraar is uitgevoerd en zijn rapport kan om deze reden niet gelijk worden gesteld aan een door de rechter opgedragen deskundigenonderzoek. 2. De kantonrechter is van oordeel dat het rapport deskundige x onvolledig is en niet als uitgangspunt kan worden gebruikt voor verdere onderhandelingen. De kantonrechter verklaart voor recht dat de rapporten van de twee deskundigen die in op gezamenlijk verzoek zijn uitgebracht als uitgangspunt moeten worden genomen bij de verdere onderhandelingen over de schaderegeling en beveelt de verzekeraar mee te werken aan de continuering van de expertise bij deskundige x, onder andere door deskundige x nadere vragen te stellen. 2. Kosten deelgeschil: € 3.013,41 (gevorderd: € 14.759,58 voor 2 procedures; aantal uren disproportioneel, uurtarief teruggebracht van € 300,- naar € 245,-). (NB: de kantonrechter heeft op 20 juli 2016 uitspraak gedaan in vier tussen dezelfde partijen lopende procedures.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoeken om voorlopig neurologisch deskundigenonderzoek afgewezen, NPO toegewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 20 juli 2016
  • 5076846 HA VERZ 16-93

Verzekeraar verzoekt een voorlopig neurologische deskundigenbericht te gelasten met neuropsychologisch onderzoek (NPO) en stelt hiertoe deskundigen voor. Het laatste NPO dateert van 2006. Een recent eenzijdig neurologisch onderzoek, door deskundige x kan volgens de verzekeraar de toets der kritiek niet doorstaan. 1. De kantonrechter oordeelt dat sprake van misbruik van de bevoegdheid om te verzoeken om een neurologisch deskundigenonderzoek. Tegenover het nalaten van de verzekeraar om zich in te spannen om de bij haar levende aanvullende vragen beantwoord te krijgen door deskundige, staat het belang van benadeelde om niet opnieuw een medisch onderzoek te ondergaan, waarvan niet is betwist dat dit zeer belastend voor hem is. Onder deze omstandigheden acht de kantonrechter het primaire verzoek om een nieuwe neurologische expertise te gelasten een onevenredig middel om uitsluitsel te verkrijgen over de medische toestand van benadeelde. Het primaire verzoek zal daarom worden afgewezen. 2. De kantonrechter wijst het subsidiaire verzoek van verzekeraar om opnieuw een NPO uit te laten, wel toe, gelet op de datum en geldigheidsduur van het eerdere NPO. (NB: de kantonrechter heeft op 20 juli 2016 uitspraak gedaan in vier tussen dezelfde partijen lopende procedures.)

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen juridisch causaal verband tussen ongeval en klachten, kosten deelgeschil bovenmatig

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Rotterdam
  • 15 juli 2016
  • C/10/497856 / HA RK 16-212

Whiplash, ongeval 2012, leerling mbo-opleiding Sport en Bewegen. Na ongeval heeft benadeelde nekklachten beëindigt hij heeft zijn activiteiten; vanaf 2013 heeft hij Wajong-uitkering. De rechtbank komt tot het oordeel dat op basis van de bewijsstukken onvoldoende aannemelijk is dat er sprake is van een (juridisch) causaal verband tussen het ongeval en de door benadeelde gestelde blijvende klachten. De rechtbank acht het wel aannemelijk dat een zekere periode na het ongeval sprake is geweest van nekklachten als gevolg van het ongeval, dit kan echter niet tot toewijzing van de verzoeken om voor recht te verklaren dat alle klachten ongevalsgevolg zijn. Verzoek afgewezen. 2. Het tegenverzoek van de verzekeraar om te verklaren dat benadeelde geen (blijvende) klachten en/of beperkingen aan het ongeval heeft overgehouden wordt eveneens afgewezen. 3. Kosten deelgeschil: € 6.632,- (gevorderd: € 11.343,52; aantal uren bovenmatig; uurtarief teruggebracht van € 297,- tot € 245,- ).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: beroep op aansprakelijkheidslimiet van € 137.000,- onaanvaardbaar voor zover geen rekening is gehouden met inflatiecorrectie

  • Hof Den Haag
  • 30 augustus 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:2510
  • 200.126.923-01

Benadeelde loopt in 2007 ernstig letsel op als tijdens een tocht met een zeilboot de giek afbreekt en op hem terecht komt. De verzekeraar heeft aan benadeelde € 137.000,- betaald, zijnde de aansprakelijkheidslimiet van art. 8:983 BW, die van toepassing is op personenvervoer over binnenwateren. 1. Het hof overweegt dat de aansprakelijkheidslimiet internationaal ter discussie staat en dat het aanpassen ervan in het domein van de wetgever ligt. Het hof oordeelt dat het feit dat de hoogte van de aansprakelijkheidslimiet van € 137.000,- in de loop der jaren ruimschoots is achterhaald door het ontbreken van (minimaal) enige inflatiecorrectie, terwijl andere aansprakelijkheidslimieten binnen het vervoersrecht wel zijn verhoogd, alsmede het ernstige letsel van benadeelde er geen sprake is van een “fair balance” tussen het algemeen belang bij het handhaven van deze limiet enerzijds en de bescherming van de individuele rechten van benadeelde anderzijds. Dit is geen reden om de limiet geheel terzijde te stellen; geen anticipatie op CLNI-verdrag 2012. Het hof is van oordeel dat het beroep op de limiet van € 137.000,- slechts naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is voor zover de verzekeraar bij de toepassing van deze limiet geen rekening houdt met een aanpassing van dit bedrag aan de inflatiecorrectie per 2007. Het hof komt na aanpassing van het bedrag op basis van gegevens van CBS uit op een bedrag van € 198.787,-. 2. Peildatum wettelijke rente.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: gynaecoloog aansprakelijk voor schade door onzorgvuldig uitgevoerde borstvergrotingen

  • Hof Den Haag
  • 6 september 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:2503
  • 200.152.766

Vier benadeelden hebben gynaecoloog, die werkzaam was in privékliniek en zich had toegelegd op esthetische chirurgie, aansprakelijk voor de schade die zij hebben geleden door de onzorgvuldig uitgevoerde borstvergrotingen. De gynaecoloog was reeds veroordeeld door het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg en strafrechtelijk vervolgd. Het hof acht de gynaecoloog aansprakelijk en wijst diverse schadeposten toe.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: stomp na afloop van tafeltenniswedstrijd niet onrechtmatig

  • Rechtbank Gelderland
  • 27 juli 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:4775
  • 296538

Sport- en spelrisico. Na afloop van tafeltenniswedstrijd steekt eiseres haar hand op om gedaagde een ‘high five’ te geven; gedaagde geeft haar vervolgens een ‘boks’ met zijn vuist. Eiseres loopt hierbij letsel op. De rechtbank stelt voorop dat de vraag of een deelnemer aan een sport of spel onrechtmatig heeft gehandeld, minder spoedig bevestigend moet worden beantwoord dan wanneer die gedraging niet in een sport- of spelsituatie had plaatsgevonden. Nader bewijs van omstandigheden waaruit kan blijken dat gedaagde een dusdanig harde stomp gaf dat deze een aanmerkelijke kans op letsel met zich bracht, is niet gegeven of aangeboden, zodat de rechtbank bij de beoordeling daarvan niet uit gaat. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van onrechtmatig handelen door gedaagde. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: 185 WVW, ongeval door rood rijdende fietser en auto: 75 % na billijkheidscorrectie

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Den Haag
  • 22 augustus 2016
  • C/09/507696 / HA RK 16-150

Art 185 WVW; 17- jarig meisje fiets op kruising door rood licht en wordt aangereden door auto die 70 km/uur reed, waar 50 km/uur was toegestaan. Zij loopt ernstig hersenletsel op. Verzekeraar heeft 75% aangeboden; gevorderd wordt 90%. 1. Er is geen sprake van overmacht. De rechtbank is van oordeel dat de over en weer aan benadeelde en bestuurder toe te rekenen gedragingen in gelijke mate aan het ongeval hebben bijgedragen, wat een causaliteitsverdeling van 50-50 rechtvaardigt. 2. Billijkheidscorrectie. Voor de waardering van de billijkheidscorrectie neemt de rechtbank in aanmerking: a. de jonge leeftijd van benadeelde, b. dat sprake is van zeer aanzienlijk letsel met blijvende geestelijke en lichamelijke beperkingen als gevolg en c. dat voor de bestuurder een verzekeringsplicht bestaat voor schade als de onderhavige. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen deze omstandigheden een billijkheidscorrectie, die de rechtbank bepaalt op 25%. Vordering afgewezen. 3. Kosten deelgeschil: € 2.739,57 (= 75%).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werknemer moet bewijzen dat werkgever niet bekend was met eerdere bedreigingen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 30 augustus 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:6980
  • 200.142.706/01

Werkgeversaansprakelijkheid. Vestigingsmanager van uitzendbureau is jaren geleden (2002) mishandeld door een uitzendkracht. Enkele jaren later wordt hij gedurende een periode van zo’n twee jaar (2006-2008) herhaaldelijk verbaal bedreigd door iemand die zegt dat te doen namens (voormalige) uitzendkrachten. Na kennisname van de bedreigingen heeft de werkgever daar een einde aan weten te maken. De vestigingsmanager krijgt psychische klachten en stelt zijn werkgever daarvoor aansprakelijk op de voet van artikel 6:170 BW en 7:658 BW. Het hof verwerpt aansprakelijkheid op de voet van 6:170 BW. Voor de aansprakelijkheid op de voet van 7:658 BW geldt dat vooralsnog geen aanknopingspunten bestaan om te veronderstellen dat de werkgever redelijkerwijs bedacht had dienen te zijn op geweld/bedreigingen tegen medewerkers en maatregelen had behoren te nemen om schade daardoor te voorkomen. Uitgegaan wordt van de juistheid van de stellingen van werkgever dienaangaande. Werknemer, die had aangevoerd dat geweld tegen medewerkers wel vaker voorkwam, krijgt de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband ongeval en klachten niet vastgesteld, voorschot in kort geding afgewezen

  • Rechtbank Overijssel
  • 11 augustus 2016
  • ECLI:NL:RBOVE:2016:3300
  • C/08/188297 / KG ZA 16-231 (ib)

Benadeelde heeft psychische klachten na ongeval in Zweden in 2015; sinds juli 2016 is hij vrijwillig opgenomen op psychiatrische afdeling. Hij vordert in kort geding –onder meer- een voorschot van € 20.000,-. De rechtbank overweegt dat terughoudendheid op zijn plaats is in een kort geding. De rechtbank oordeelt dat, gelet op de gemotiveerde betwisting van de verzekeraar het oorzakelijke verband tussen het ongeval en de door benadeelde gestelde klachten, beperkingen en het arbeidsverlies thans (nog) niet worden vastgesteld. In de kort gedingprocedure is voor nader (deskundigen)onderzoek c.q. bewijslevering geen plaats. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vragen aan deskundige zonder overleg buiten beschouwing, rechter vrij in waardering partij-deskundige

  • Hof Den Bosch
  • 9 augustus 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:3619
  • 200.182.121_01

Ongeval 1975, hersenletsel; causaal verband tussen beperkingen in 2008 en ongeval? In het hoger beroep (na deelgeschil) gaat het om de vraag of benadeelde (appellant) gebonden is aan het rapport neuroloog 2 en/of de verzekeraar uit dient te gaan van de rapportage van neuropsycholoog 2 dan wel dient mee te werken aan een nieuw deskundigenbericht. 1. Het hof laat -evenals de rechtbank- de antwoorden die neuropsycholoog 2 aan appellant heeft gegeven op de zonder overleg met verzekeraar gestelde nadere vragen, buiten beschouwing. Naar het oordeel van het hof dient dergelijke (op deze wijze verkregen) informatie in beginsel buiten beschouwing te worden gelaten. 2.Indien het standpunt van een door een partij geraadpleegde deskundige afwijkt van dat van de door de rechter benoemde deskundige, behoeft de rechter zijn beslissing om de zienswijze van de laatstgenoemde deskundige te volgen in het algemeen niet verder te motiveren dan door te overwegen dat de door deze deskundige gebezigde motivering hem overtuigend overkomt. Wel zal de rechter moeten ingaan op specifieke bezwaren van partijen tegen de zienswijze van de door de rechter benoemde deskundige. Naar het oordeel van het hof geldt dit ook in de situatie, waarin het standpunt van een door een partij geraadpleegde deskundige afwijkt van dat van een op gemeenschappelijk verzoek van partijen rapporterende deskundige. (r.o.3.8.3). Het hof is vrij in de waardering van de uitgebrachte rapportage. 3. Het hof acht zich onvoldoende voorgelicht en wenst nadere toelichting op rapport neuroloog en neuropsycholoog door deze deskundigen en gelast daartoe een meervoudige comparitie.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: buurman gooit uitwerpselen over schutting: smartengeld € 5000,-

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 29 juni 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:3984
  • C/02/288686 / HA ZA 14-736

Vroegere buurman (gedaagde) heeft jarenlang (menselijke) uitwerpselen, etenswaren en overige zaken over de schutting van eiser gegooid en geluidsoverlast bezorgd. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser door het onrechtmatig handelen van gedaagde ernstig aangetast in zijn woongenot. De rechtbank wijst de kosten van een psycholoog, vergoeding voor gederfd woongenot (€ 14.531,-) en een smartengeld van € 5000,- toe.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: benadeelde met overgewicht moet patiëntenkaart overleggen

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 27 juli 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:4516
  • C/16/409963 / HA RK 16-30

Verzoekster verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat haar nek-, rug- en liesklachten juridisch in causaal verband staan tot het ongeval van 2010. De rechtbank oordeelt dat het causaal verband tussen het ongeval en haar klachten aan onderrug en linker lies nog niet onmiskenbaar duidelijk blijkt uit de rapportages van de ingeschakelde deskundigen (orthopeed en neuroloog). Uit die rapportages blijkt evenmin onmiskenbaar duidelijk dat dit causaal verband ontbreekt. Het staat vast dat in 2006 bij verzoekster een maagband is geplaatst. Een dergelijke ingreep duidt op het bestaan van een significant overgewicht. Een dergelijk overgewicht gaat in het algemeen niet zelden gepaard met medische problematiek zoals (onder-)rugklachten. Aangezien partijen de deskundigen hebben benoemd en zij zich aan hun oordeel hebben gerefereerd, overweegt de rechtbank dat het van belang is om aan de deskundigen hen, , de patiëntenkaart ter beschikking te stellen. Gelet op de omstandigheid dat de maagband vier jaar voor het ongeval is geplaatst, en de situatie daaraan voorafgaand relevant kan zijn voor de aanvullende beoordeling door de deskundigen, is de rechtbank van oordeel dat de aan hen over te leggen patiëntenkaart in ieder geval alle informatie tot acht jaar voorafgaand aan het ongeval dient te bevatten.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: rechtbank verklaart zich onbevoegd in zaak van ambtenaar

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 27 juli 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:4515
  • C/16/416037 / HA RK 16-104

Verzoeker, ambtenaar, spreekt –nadat hem duidelijk is geworden dat hij als ambtenaar geen beroep kan doen op art 7:658 BW- in deelgeschil gemeente als werkgever op basis van art 6:162 BW. De rechtbank verklaart zich onbevoegd. De rechtbank overweegt dat op 1 juli 2013 de Wet nadeelscompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten in werking is getreden. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is sindsdien de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd om te oordelen over de vergoeding van schade aan een ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Ambtenarenwet, als die schade is ontstaan in de relatie tussen de ambtenaar en het overheidslichaam. Een keuzemogelijkheid tussen de civiele rechter en de bestuursrechter is hiermee komen te vervallen.

Lees verder