PERSBERICHT: Koninklijke Onderscheiding voor Theo Kremer

  • PIV
  • 25 mei 2016
Onderscheiding Theo Kremer kleiner formaat

Mr. F. Theo Kremer is op 24 mei 2016 bij zijn afscheid als directeur van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) benoemd tot Ridder in de Orde van de Oranje-Nassau. Kremer ontving de onderscheiding uit handen van Michel Bezuijen, Burgemeester van Rijswijk. Kremer kreeg de onderscheiding vanwege zijn bijzondere verdiensten ter verbetering van de letselschaderegeling. Hij is vanaf de oprichting in 1998 directeur geweest van het PIV en hij heeft het PIV – van niets- laten uitgroeien tot een bepalend instituut, dat een belangrijke rol heeft gespeeld bij de verbetering van de letselschaderegeling. Naast zijn bijzondere verdiensten voor de letselschaderegeling heeft Kremer deze onderscheiding ook te danken aan zijn werk in diverse vrijwilligersfuncties.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: onvoldoende medische stukken overlegd ter onderbouwing van het causaal verband, vordering afgewezen

  • Hof Den Bosch, Ongepubl. jurisprudentie
  • 17 mei 2016

Benadeelde is in de periode van 1992 tot en met 2007 slachtoffer geworden van vijf verkeersongevallen met vijf verschillende verzekeraars. De rechtbank heeft de vordering van benadeelde van € 350.000,- afgewezen, om
omdat benadeelde niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. 1. Het hof overweegt dat de stelplicht en bewijslast t.a.v.
de gezondheidsklachten na de ongevallen en het causaal verband op benadeelde rust. Het enkele feit dat het (gedeeltelijk) klachten betreft die naar hun aard subjectief zijn, betekent niet dat het bewijs niet geleverd kan en behoeft te worden. Om het vereiste causaal verband te kunnen vaststellen, was het noodzakelijk dat benadeelde in ieder geval de door het hof bepaalde stukken in het geding zou brengen. Nu benadeelde dit heeft nagelaten is hij tekortgeschoten om, ter onderbouwing van het causaal verband, voldoende medische stukken in het geding te brengen. Enige rechtvaardiging daarvoor is niet gebleken. Het hof concludeert dat benadeelde] door het ontbreken van de gevraagde stukken, het causaal verband tussen zijn gestelde schade en de ongevallen onvoldoende heeft onderbouwd, zodat op die grond zijn vordering moet worden afgewezen. 2. Benadeelde wordt veroordeeld in de proceskosten van het geding begroot.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: aansprakelijk manegehouder ex 6:181 lid 1 BW als bedrijfsmatige gebruiker paard

  • Hof Den Bosch
  • 17 mei 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:1938
  • 200.162.571_01

Benadeelde valt tijdens een paardrijles van paard. Zij stelt op grond van art. 6:181 BW de manegehouder aansprakelijk. 1. Het hof acht art. 6:181 lid 1 BW (dier gebruikt in uitoefening van bedrijf) van toepassing. Het hof overweegt dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat voor de toepasselijkheid van art. 6:181 BW noodzakelijk is dat de manegehouder moet worden aangemerkt als een bedrijfsmatige gebruiker; hiervoor is vereist dat sprake was van meer dan het enkel stallen van het paard. Het hof is van oordeel dat dit het geval is. Reeds het ter beschikking stellen van bij haar gestalde paarden en/of het verhuren van die paarden, aan derden heeft tot gevolg dat de manegehouder als bedrijfsmatige gebruiker moet worden aangemerkt. 2. Niet gebleken is dat de paardrij-instructeur als “die ander” zoals is bedoeld in het tweede lid van art. 6:181 BW moet worden aangemerkt. 3. Het hof oordeelt dat bij beroep op risico-aansprakelijkheid de klachtplicht van art 6:89 BW niet van toepassing is.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: geen causaal verband bedrijfsongeval en verlies van arbeidsvermogen, geen smartengeld toegekend

  • Hof Den Bosch, Ongepubl. jurisprudentie
  • 17 mei 2016
  • 103.005.902/01

Bedrijfsongeval 1997. Arrest na deskundigenberichten door verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige. In eerdere arresten heeft het hof reeds beslist dat de psychische klachten en tenniselleboog geen verband houden met het ongeval. 1. De arbeidsdeskundige is tot het oordeel gekomen dat de werknemer nog in staat is te achten zijn oorspronkelijke functie van vakman grond-, water- en wegenbouw uit te voeren, zoals dat voor het ongeval het geval was en zoals hij dat na het ongeval ook nog geruime tijd heeft gedaan. Het hof komt op basis hiervan tot het oordeel dat geen sprake is van verlies aan verdienvermogen dat is voortgevloeid uit het arbeidsongeval en evenmin van verlies van zelfwerkzaamheid. Het hof concludeert dat werknemer niet is geslaagd in de bewijslevering van het causaal verband tussen de door hem gestelde schade en het ongeval. 2. Gelet op het ontbreken van dit causaal verband acht het hof ook geen grondslag aanwezig voor toekenning van een bedrag aan smartengeld. 3. Werknemer wordt veroordeeld in de kosten van de deskundigen in alle kosten van de deskundigen veroordeeld en in de proceskosten.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: gemeente als wegbeheerder aansprakelijk voor val fietser door 5 meter lange scheur in wegdek

  • Hof Den Haag
  • 17 mei 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:1350
  • 200.155.018/01

Tienjarig meisje komt met fiets ten val door scheur in het wegdek van het fietspad. 1. Het hof acht de gemeente als wegbeheerder ex art 6:174 BW aansprakelijk. Het hof is van oordeel dat de duidelijke en goed onderbouwde conclusies van de ongevallenanalist t.a.v.de gebrekkige staat van het wegdek en het daardoor geschapen (grote) gevaar voor fietsers, door de gemeente onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken. 2. Geen eigen schuld.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: kop-staartbotsing: vermoeden van schuld achterop rijder, geen bewijs van eigen schuld voorganger

  • Hof Amsterdam
  • 26 april 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:1720
  • 200.149.909/01

Kop-staartbotsing op 80 km/uur-weg. De verzekeraar van de achterop rijder is in appel gegaan van de uitspraak van de rechtbank, waarin de achterop rijder aansprakelijk werd geacht. Het hof oordeelt dat het feit dat de achterop rijder haar voertuig niet tijdig tot stilstand heeft weten brengen, in combinatie met de omstandigheid dat zij reed op minder dan een halve seconde afstand tot het oordeel dat zij in strijd met artikel 19 RVV (voldoende afstand) heeft gehandeld. Het betoog dat de achterop rijder geen onverwachte noodstop behoefde te verwachten brengt niet mee dat zij niet in strijd met artikel 19 RVV heeft gehandeld. Wel kan de omstandigheid dat de voorganger zonder noodzaak een noodstop heeft gemaakt eigen schuld opleveren (art. 6:101 BW). De verzekeraar van de achterop rijder is er niet in geslaagd te bewijzen dat de voorganger (mede) heeft geremd voor de overstekende eenden en aldus zonder noodzaak heeft geremd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: civiele rechter niet bevoegd bij aansprakelijkheid gemeente als werkgever, uitlating partijen

  • Rechtbank Den Bosch
  • 13 april 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:4717
  • C/09/499332 / HA RK 15-503

Gemeenteambtenaar – vrachtwagenchauffeur- valt tijdens werkzaamheden in oliehok. Hij verzoekt in deelgeschil dat rechtbank zal beslissen dat de gemeente aansprakelijk is, onder meer ex art 7:658 BW. De rechtbank beoordeelt ambtshalve de ontvankelijkheid en is voorshands van oordeel dat art. 7:658 BW geen civielrechtelijke grondslag kan opleveren op grond waarvan de burgerlijke rechter de aansprakelijkheid van de Gemeente als werkgever tegenover verzoeker als ambtenaar kan baseren. In artikel 7:615 BW is wettelijk geregeld dat dit artikel niet geldt voor personen in overheidsdienst. Dat de Centrale Raad van Beroep dit artikel analoog toepast wanneer een overheidsdienst als werkgever aansprakelijk wordt gesteld, maakt niet dat de burgerlijke rechter artikel 7:615 BW kan negeren. Alvorens verder te beslissen, verzoekt de rechtbank partijen om zich uit te laten ontvankelijkheid van verzoeker.

Lees verder

Vaknieuws

Persbericht: Directeur F. Theo Kremer legt per 1 juni 2016 zijn functie als algemeen directeur neer

  • PIV
  • 17 mei 2016
12-06-08_kremer-Theo_r_017

Vanaf haar oprichting in 1998 is Theo Kremer algemeen directeur van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV). Per 1 juni 2016 neemt hij vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd afscheid van het PIV. In de afgelopen negentien jaar heeft Theo Kremer het kenniscentrum van de grond af opgebouwd tot een volwaardig instituut. Kremer is niet alleen het gezicht van de PIV geworden, maar ook een autoriteit in de dialoog met zowel belangenbehartigers, politiek, wetenschap, overheden en patiënten- en slachtofferorganisaties. Hij ontving hiervoor in september 2015 de prestigieuze Hudig-Langeveldt Prijs!

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: werkgever aansprakelijk voor uitglijden pakketbezorgster in sneeuw

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 13 april 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:2615
  • 4816454 UE VERZ 16-84 MAR/1217

Pakketbezorgster glijdt uit in de sneeuw tijdens het bezorgen van een pakket. 1. De kantonrechter oordeelt dat vanwege de aard van de werkzaamheden een risico op uitglijden en/of vallen bestaat, wat een bedrijfsrisico vormt waarvoor een veiligheidsverplichting geldt voor de werkgever. Op grond van art. 7:658 BW is werkgever verplicht maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om dergelijke ongevallen te voorkomen. In dit geval mag van werkgever worden verlangd dat zij preventieve maatregelen treft, waarbij gedacht kan worden aan het verstrekken van schoeisel dat bescherming biedt tegen uitglijden. Nu geen preventieve maatregelen zijn getroffen, ook niet nadat daarom door werknemer(s) is verzocht, is de werkgever aansprakelijk. 2. Kosten deelgeschil: op € 4.040,19 (gevorderd: € 5.463,87; uurtarief € 225,- (gevorderd € 265,-).

Lees verder

Vaknieuws

Mannen vaker verzekeringsfraudeur dan vrouwen

  • Verbond van Verzekeraars
  • 12 mei 2016
  • R. Buis
13-09-30_logo_Verbond_04

Mannen plegen vaker verzekeringsfraude dan vrouwen. Vrouwelijke fraudeurs zijn er doorgaans wel vroeger bij dan mannen: de meeste dames worden rond hun dertigste betrapt, mannen lopen in de regel op iets latere leeftijd tegen de lamp. Geregistreerde oplichters frauderen veruit het vaakst met verzekeringen voor motorrijtuigen, gevolgd door brandverzekeringen (opstal en inboedel) en aansprakelijkheidsverzekeringen. Zwendel met reisverzekeringen staat op de vierde plaats. Dat staat in het onderzoeksrapport ‘Fraudeurs gevangen in facts en figures’ van het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV) van het Verbond van Verzekeraars.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: onvoldoende aanwijzingen voor reële kans op een beter behandelingsresultaat: ziekenhuis niet aansprakelijk voor delay

  • Hof Den Bosch
  • 3 mei 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:1741
  • 200.142.785_01

Medische aansprakelijkheid. Door de huisarts en medewerkers van het ziekenhuis is caudasyndroom niet onderkend. 1. Omkeringsregel niet van toepassing. 2. Het hof concludeert op basis van het neurologisch deskundigenbericht dat een redelijk bekwaam redelijk handelend arts bedacht had moeten zijn caudasyndroom. 3. Causaal verband tussen het delay en de schade. Het hof overweegt dat ‘hoezeer het ook verleidelijk kan zijn om, met “common sense”, te veronderstellen dat eerder ingrijpen tot een beter resultaat zou hebben geleid, dit niet zo eenvoudig te liggen.’ Voor toewijzing moet voldoende duidelijk zijn dat de niet zeer kleine kans bestond dat door de vertraging aan benadeelde een reële kans op een beter behandelingsresultaat (dan feitelijk is gerealiseerd) is onthouden. Daarvoor zijn echter onvoldoende objectieve aanwijzingen voorhanden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: recht afslaande auto aansprakelijk voor schade recht doorgaande scooter, discrepantie in verklaringen

  • Rechtbank Den Haag
  • 28 april 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:4718
  • C/09/505796 / HA RK 16-88

Ongeval tussen rechtdoor gaande scooter (verzoeker) en rechts afslaande auto (verweerder). 1. De rechtbank constateert een discrepantie tussen de door verweerder tegenover de politie afgelegde verklaring en de verklaring die hij driekwart jaar ná het ongeval heeft afgelegd. Hiervoor is geen uitleg gegeven. De rechtbank stelt op grond van de verklaringen die verweerder en verzoeker direct na het ongeval tegenover de politie hebben afgelegd, en die in essentie gelijkluidend zijn, dat verweerder rechtsaf is geslagen zonder zich ervan te vergewissen of zich kruisend verkeer op het fietspad bevond en acht verweerder aansprakelijk. 2. Geen eigen schuld scooter. 3. Kosten deelgeschil: € 6.033,- (aantal uren teruggebracht van 28,5 tot 18; uurtarief € 250,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: letselschadeadvocaat niet aansprakelijk voor adviseren eindafwikkeling zonder voorbehoud

  • Hof Den Bosch
  • 3 mei 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:1748
  • 200.158.602_01

Destijds 12-jarige meisje met pre-existent beenlengteverschil loopt in 1994 beenbreuk op bij ongeval. Vanaf 2008 krijgt zij steeds meer last van enkel en raakt arbeidsongeschikt. Zij stelt letselschadeadvocaat aansprakelijk voor het adviseren van een vaststellingsovereenkomst zonder voorbehoud. Het hof oordeelt dat de advocaat niet heeft gehandeld in strijd met wat
redelijkerwijze van een letselschadeadvocaat mag worden verlangd. Hij heeft zich laten voorlichten door medisch deskundigen. Hij behoefde de deskundigheid van de verzekeringsgeneeskundige niet in twijfel diende te trekken. Het hof oordeelt voorts ‘dat, voor zover in de verwijten benadeelde besloten ligt dat een letselschadeadvocaat te allen tijde dient aan te sturen op het opnemen van een voorbehoud voor het geval zich in de toekomst alsnog schade voor zou doen, geldt dat de aard van een vaststellingsovereenkomst met zich brengt dat de daarbij betrokken partijen een bestaande onzekerheid willen wegnemen en zich daarom vastleggen op een afspraak waarbij zij in elk geval weten waar zij aan toe zijn.’

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: loonregres: pensioenpremie geen onderdeel nettoloon; BGK: aantal uren onredelijk

  • Rechtbank Rotterdam
  • 29 april 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:3210
  • 4522050 / CV EXPL 15-44992

Werkgever neemt ex art 6:107a BW regres voor doorbetaald loon. 1. De kantonrechter oordeelt dat afgedragen pensioenpremie niet onder het loonbegrip van artikel 6:107a lid 2 BW valt. vallen. Het betreft geen component van het netto loon dat (bij arbeidsongeschiktheid) door werkgever aan werknemer doorbetaald dient te worden. 2. BGK. De kantonrechter acht het uurtarief van € 180,- niet onredelijk, het aantal uren wel. Het aantal geregistreerde minuten staat niet in redelijke verhouding staat tot de aard, omvang en complexiteit van het dossier en de verrichtingen (aansprakelijkheid direct erkend; veelal directe betaling door verzekeraar). De kantonrechter wijst een bedrag van € 1.620,- toe (9 uur a € 180,-); gevorderd was € 6.108,60.

Lees verder