Jurisprudentie

Hof, strafzaak: terecht beroep op noodweer, geen schadevergoeding.

  • Hof Den Bosch
  • 3 februari 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:639
  • 20-000229-16

Voor het slagen van een beroep op noodweer is vereist dat de handeling wordt geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding of de onmiddellijke dreiging daarvan. Hierin ligt besloten dat de verdedigingshandeling moet voldoen aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het slachtoffer zocht de confrontatie en sloeg de verdachte eerst met een gebalde vuist in het gezicht. Verdachte kon niet weglopen. De klap terug was geboden voor zelfverdediging en stond in redelijke verhouding. Dat de gevolgen van de klap ernstig zijn brengt niet mee dat de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden. Vonnis toewijzing schade vernietigd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, strafzaak: bezitter hond heeft schuld aan bijten van jong meisje

  • Rechtbank Amsterdam
  • 12 juli 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:4885
  • 13/706327-17

De buurvrouw wist dat de hond niet gesocialiseerd was en opgepast moest worden met kinderen. Toch heeft zij hem onaangelijnd en zonder muilkorf in de niet openbare tuin die niet volledig afgesloten was laten lopen. Het is aan haar schuld te wijten dat de hond het kind beet. Strafoplegging 180 uur onbetaalde arbeid waarvan 60 uur voorwaardelijk. De rechter wijst € 7000 immateriële schade toe. De vordering voor toekomstige schade is niet ontvankelijk nu de verschuldigdheid en de omvang van deze kosten omgeven zijn met teveel onzekerheden en er bovendien nog geen sprake is van een medische en psychische eindtoestand bij de benadeelde partij.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: bezitter hond aansprakelijk

  • Rechtbank Rotterdam
  • 10 juli 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2015:10173
  • 3776018 CV EXPL 15-2491

Gedaagde is zonder bericht van verhindering niet meer ter zitting verschenen. Dit brengt met zich dat er in rechte van wordt uitgegaan dat de hond niet was aangelijnd en plotseling op het fietspad vlak vóór de fiets van eiser tot stilstand is gekomen, waardoor hij met de hond in botsing is gekomen en is gevallen. Dit leidt tot het oordeel dat het onderhavige ongeval is veroorzaakt door de eigen gedraging van de hond en dat gedaagde als bezitter van de hond aansprakelijk is voor de door de hond aangerichte schade als bedoeld in artikel 6: 179 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vordering verjaard, absolute termijn niet van toepassing

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 23 mei 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:4609
  • 200.180.257

Benadeelde liep letsel op door een gebrekkige gasbuis. Zij ontving het rapport van de Raad voor Transportveiligheid in 2002 waardoor zij op de hoogte was van de aansprakelijke rechtspersoon. In de jaren 2002-2003 al onderhandelde zij over haar letselschade. Zij verkeerde toen in de positie waarop zij zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke bekend was geworden. De aansprakelijkstelling van de netbeheerder in 2012 valt buiten de korte verjaringstermijn. De vordering is daarmee verjaard op de voet van artikel 3:310 lid 1 BW. Daardoor is de absolute verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW noch die van lid 2 in geval van een gebrekkige zaak van toepassing.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: onderneming niet rendabel, instandhouding betreft immateriële schade

  • Rechtbank Den Haag
  • 6 juni 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:6065
  • C/09/512450 / HA RK 16-292

De arbeid die verzoekster vóór het ongeval op de boerderij verrichtte, betrof geen loonvormende arbeid omdat van een economisch rendabel boerenbedrijf geen sprake is. De kosten van een derde in verband met het verrichten van werkzaamheden die zij zelf niet meer kan verrichten komen alleen als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking als zijnde kosten ter beperking van immateriële schade. De boerderij is het levensdoel van verzoekster. Zij zijn ten diepste en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Immateriële schadevergoeding is in hoogte afhankelijk van onder meer de duur en de intensiteit van de pijn die is geleden, het verdriet en de levensvreugde die zijn gederfd. De kosten voor de inschakeling van een derde worden gemaakt ter voorkoming van verdere geestelijke pijn. De kosten ter beperking van immateriële schade kan uit haar aard niet de immateriële schade overstijgen. Toewijzing € 50.000.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: niet onrechtmatig noch disproportioneel gehandeld door agenten

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 23 november 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:7736
  • C/16/415812 / HA RK 16-101

Het breken van de arm van een ander is in beginsel onrechtmatig. De feiten en omstandigheden van het concrete geval kunnen dit echter anders maken. De verklaringen van agenten zijn in lijn met de direct na de aanhouding, opgemaakte processen-verbaal van bevindingen, die uitgebreid de feiten en omstandigheden rond de aanhouding beschrijven. Uit de verklaring van een omstander blijkt dat de politie vooraf heeft gewaarschuwd. Benadeelde hoefde niet mee naar het bureau maar moest dan wel direct weggaan, wat hij niet deed. Niet is komen vast te staan dat de politie bij de aanhouding onrechtmatig en disproportioneel heeft gehandeld, in die zin dat daarbij meer geweld is gebruikt dan nodig was.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: school niet nalatig in toezicht

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 21 juni 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:3230
  • C/16/433420 / HA RK 17-40

Aan het einde van een dagje pretpark wil benadeelde een meisje dat door anderen belaagd wordt te helpen. Hij wordt geschopt en geslagen. De school voor kinderen met gedragsproblemen schond geen zorgvuldigheidsnorm door niet in te grijpen toen zij er achter kwam dat twee leerlingen voor het afgesproken tijdstip al naar de bus waren gegaan. Het verzameltijdstip van 15.30 uur had vooral tot doel ervoor te zorgen dat geen leerlingen zouden achterblijven. Een docent had ook een van deze leerlingen gebeld. De docenten hebben toen verder geen actie ondernomen, omdat zij samen met de andere leerlingen ook snel naar het parkeerterrein zouden lopen. De leerlingen stonden in het park ook niet voortdurend onder toezicht.

Lees verder

Vaknieuws

De Letselschade Raad werkt aan code beroepsziekte

  • ANP
  • 6 juli 2017

Een nieuwe gedragscode moet de afhandeling van financiële claims vereenvoudigen voor mensen die een beroepsziekte hebben opgelopen. Dat schrijft minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) donderdag aan de Tweede Kamer. Via De Letselschade Raad worden onder meer het Verbond van Verzekeraars, de ANWB, Slachtofferhulp Nederland en letselschade-experts betrokken bij het opstellen van de code. Veel voorkomende beroepsziekten zijn bijvoorbeeld doofheid, longkanker, nekklachten en ziektes door werken met lood of asbest. Voor de brief van Asscher lees verder

Lees verder

Jurisprudentie

HR en AG: geen beperking aanvullende bewijskracht partijgetuige

  • Hoge Raad
  • 7 juli 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:1271
  • 16/02736

De HR volgt het parket zonder motivering met een beroep op art. 81 RV. De beperkte bewijskracht van een partijgetuigenverklaring bij een bewijsrisico voor die partij niet als deze strekt tot aanvulling van onvolledig bewijs, art. 164 lid 2 Rv. Dit is een uitzondering op de bewijsrechtelijke uitgangspunten dat bewijs kan worden geleverd door alle middelen (art. 152 lid 1 Rv) en dat de rechter vrij is in zijn bewijswaardering (art. 152 lid 2 Rv). Daaraan ligt de gedachte ten grondslag dat de waarheidsvinding zoveel mogelijk moet worden bevorderd en daarom terughoudendheid moet worden betracht bij het stellen van bewijsbelemmerende voorschriften. Het 2e cassatiemiddel ziet over het hoofd de eerste aansprakelijkheidspijler over het hoofd en wel de aansprakelijkheid van Ikea voor door Ikea en door haar ingeschakelde hulppersonen onvoldoende verrichte gladheidsbestrijding.

Lees verder

Jurisprudentie

CRvB: bestuursrecht sluit ook voor immateriële schadevergoeding aan bij civiel recht

  • Centrale Raad van Beroep
  • 23 juni 2017
  • ECLI:NL:CRVB:2017:2189
  • 15/1721 WIA

De Raad wijst de kosten ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht toe daar UWV het beroep intrekt. De bestuursrechter is bevoegd een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt als gevolg van een onrechtmatig besluit. Volgens vaste rechtspraak moet zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. Bij art. 6:106 BW heeft de wetgever het oog gehad op ernstige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer alsook op andere persoonlijkheidsrechten van de betrokkene. Voor vergoeding van immateriële schade is onvoldoende dat sprake is van min of meer sterk psychisch onbehagen en van zich gekwetst voelen door het onrechtmatig genomen besluit.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof formuleert vragen over registratie WAM-dekking na ongeval

  • Hof Den Haag
  • 27 juni 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:1721
  • 200.192.239/01

In een tweetal zaken waarin het Waarborgfonds is betrokken staat tussen partijen vast dat het ongeval plaatsvond voordat de verzekeraar om dekking werd gevraagd en verzekeraar registreerde bij de RDW. Het Waarborgfonds beroept zich op het hof Arnhem van 30 augustus 2011 ECLI:NL:GHARN:2011:BS1086 dat jegens benadeelde de dekking per 0:00 uur ingaat. Het hof stelt daarover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: benadeelde moet bewijs leveren van arbeidsongeschikt en gesloten arbeidsovereenkomst

  • Hof Den Bosch
  • 27 juni 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2888
  • 200.194.131_01

Ongeval 2009. Schade wegens verlies van arbeidsvermogen door ongeval? 1. Het hof oordeelt dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden geoordeeld dat appellant zodanig gewond is geraakt bij het verkeersongeval dat hij daardoor arbeidsongeschikt is geraakt. Het hof draagt appellant op zijn huisartsendossier over 2009-2010 over te leggen. 2. Het hof oordeelt dat appellant met de ondertekende arbeidsovereenkomst vooralsnog voldoende heeft onderbouwd dat hij in 2009 als chauffeur bij transportbedrijf NV in dienst zou treden. De betwisting dat een dergelijke arbeidsovereenkomst is gesloten, is echter voldoende serieus te nemen. Zo roept het onder meer vragen op dat de overeenkomst kennelijk na het ongeval pas is ondertekend. Het hof laat appellant toe te bewijzen dat hij met transportbedrijf NV een arbeidsovereenkomst had gesloten.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: toedracht niet bewezen, geen aansprakelijkheid voor afgevallen onderdeel van autohefbrug op voet

  • Rechtbank Limburg
  • 21 juni 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:5686

Eiser heeft gedaagde gevraagd om met behulp van de loader van gedaagde onderdelen van een autohefbrug uit zijn vrachtwagen te halen en deze op een pallet te plaatsen. Een onderdeel is daarbij op de voet van eiser terechtgekomen. 1. De rechtbank toetst aan de kelderluikcriteria en komt tot het oordeel dat indien de door eiser geschetste toedracht vast komt te staan, gedaagde hiervoor aansprakelijk is. De rechtbank heeft bij tussenvonnis eiser opgedragen te bewijzen dat gedaagde de lepels van de loader heeft gekanteld. Eiser is niet geslaagd in het bewijs. 2. De rechtbank heeft in het tussenvonnis het verweer dat er geen of minder snel aansprakelijkheid moet worden aangenomen omdat het ging om een vriendendienst.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever niet aansprakelijk voor ongeval tijdens woon-werkverkeer

  • Hof Den Bosch
  • 20 juni 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2802
  • 200.137.578_01

Werknemer in dienst van tankstation is onderweg van zijn werk naar huis op de fiets is aangereden en heeft letsel opgelopen. 1. Het hof oordeelt dat er geen causaal verband is tussen het verstrekken van onjuiste informatie door de werkgever en de weigering van de uitkering door de ongevallenverzekeraar. 2. Het hof acht de werkgever niet aansprakelijk ex art. 7:658 BW en art. 7:611 BW. Werknemer heeft geen bijzondere feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan kan worden geoordeeld dat een dermate nauw verband bestaat tussen het ongeval en de uit te voeren werkzaamheden dat de werkgever aansprakelijk kan worden gehouden voor de gevolgen. De omstandigheden dat de werkzaamheden op onregelmatige tijden verricht moesten worden en dat de arbeidsplaats niet met het openbaar vervoer of te voet bereikbaar was zijn daartoe niet voldoende.

Lees verder