Vaknieuws

PIV Jaarverslag 2015: Herstel voorop!

  • PIV
  • 23 juni 2016
voorkant JV

In het Jaarverslag 2015 “Herstel voorop!” deelt scheidend PIV-directeur Theo Kremer zijn visie voor de toekomst van de letselschadebehandeling. Hij verwacht dat de (nabije) toekomst van de letselschadebehandeling er heel anders kan gaan uitzien. Door minder de focus te leggen op een ‘zak geld’ en meer oog te hebben voor het faciliteren van het herstel, wordt de benadeelde pas echt zoveel mogelijk teruggebracht in de situatie van voor het ongeval. Terecht dat in 2015 veel aandacht is besteed aan herstelgerichte dienstverlening en dat het jaar 2015 daarom ook wel hét jaar van de herstelgerichte dienstverlening wordt genoemd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: Whiplashzaak, verzoek verzekeraar voor voorlopig getuigenverhoor afgewezen.

  • Rechtbank Amsterdam
  • 9 juni 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:3405
  • C/13/601241 / HA RK 16-32

Benadeelde heeft een ruim een jaar voor het ongeval een arbeidsconflict met zijn werkgever gehad. Om de vraag te kunnen beoordelen hoe het zou zijn gegaan in de hypothetische situatie zonder ongeval, vindt de verzekeraar het van belang te weten waarom benadeelde wekenlang uit de running was. Hiervoor wil de verzekeraar de voormalig werkgever als getuige oproepen. De verzekeraar stelt niet concreet dat er een alternatieve oorzaak is voor de klachten van het slachtoffer en stelt niets over de periode van bijna een jaar tussen het arbeidsconflict en het ongeval. Eventuele vragen over de medische situatie van het slachtoffer op het moment van het arbeidsconflict, voor zover al relevant, dienen in de eerste plaats te worden gesteld aan medici, niet aan een voormalig werkgever waar het slachtoffer met een arbeidsgeschil is vertrokken. Dat de door partijen aangezochte deskundige enig belang zou kunnen hechten aan een heteroanamnese van de zijde van een bij een arbeidsgeschil betrokken partij is niet onderbouwd.

Lees verder

Vaknieuws

‘KREMER-Bulletin’ op PIV-Kennisnet

  • PIV
  • 16 juni 2016
Kremer-Bulletin

Ter gelegenheid van zijn afscheid als directeur van het PIV ontving Theo Kremer op 24 mei 2016 uit handen van de voorzitter van het PIV Eric Schneijdenberg het “Kremer-Bulletin”. In dit bijzondere Bulletin hebben vele bekenden van Theo een stukje geschreven, onder wie de (oud-) voorzitters van het bestuur en de Raad van Advies van het PIV, advocaten (Simons, Tromp, van Dijk) en personen vanuit de rechterlijke macht (Sap, de Hek, Spier). Het Kremer-Bulletin is nu ook te vinden op het PIV-Kennisnet.

Lees verder

Vaknieuws

Ontwikkelingen rond modernisering en vaststelling smartengeld

  • Letselschade Raad
  • 10 juni 2016
  • Deborah Lauria
15-03-16_DLR

De Letselschade Raad heeft besloten het smartengeldproject dat zij samen met het PIV en leden van de ASP hadden ingezet, een andere wending te geven. Besloten is om de stuur- en werkgroep Modernisering Vaststelling Smartengeld op te heffen en daarvoor in de plaats een denktank op te richten. De wens is dat aan deze denktank niet alleen vertegenwoordigers van de letselschadebranche deelnemen, maar ook van de rechterlijke macht en de wetenschap.
De reden voor dit besluit ligt in het feit dat het onderwerp Smartengeld dermate van belang is voor de letselschadepraktijk dat een nog bredere basis voor het voeren van een discussie daarover noodzakelijk is gebleken. DLR verwacht dat deze denktank een zelfde baanbrekende werking zal hebben als destijds de denktank Overlijdensschade.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: werknemer niet geslaagd in bewijs van arbeidsongeval (art. 81 RO)

  • Hoge Raad
  • 10 juni 2016
  • ECLI:NL:HR:2016:1137
  • 15/03233

Werkgeversaansprakelijkheid. In Caribische zaak omtrent gaat het om de vraag of de werknemer is geslaagd in het leveren van bewijs dat hem in 2009 een bedrijfsongeval is overkomen. De Hoge Raad volgt de conclusie van de A.-G. en oordeelt zonder andere motivering (art. 81 lid 1 RO) dat de werknemer niet is geslaagd in het bewijs. Door het Hof was geoordeeld dat er onvoldoende reden was in dit geval de bewijslast om te draaien, ook niet omdat er een SVB-meldingsformulier bedrijfsongeval was ingevuld. De persoon die het formulier had ingevuld, heeft namelijk onder ede verklaard dit op verzoek van werknemer te hebben gedaan. Het hof oordeelde voorts dat dat het feit dat geen melding was gedaan bij de Veiligheidsinspectie slechts consequenties heeft indien vaststaat dat een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: ongeval afslaande auto en inhalende motor, 100% schuld automobilist na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Amsterdam
  • 26 mei 2016
  • ECLI:NL:RBAMS:2016:3557
  • HA RK 16-37

Ongeval tussen linksaf slaande auto, waarvan de bestuurder onder invloed van verdovende middelen verkeerde en (mogelijk hard rijdende,) inhalende motorfiets. De motorrijder loopt ernstig hersenletsel op. Door de verzekeraar van de auto is aansprakelijkheid erkend; het geschil draait om de eigen schuld van de motorrijder. De rechtbank is van oordeel dat het beroep op eigen schuld aan de zijde van de motorrijder faalt, omdat op grond van de causale verdeling 100% schuld ligt bij de automobilist. Zelfs indien de rechtbank enige schuld zou toerekenen aan de motorrijder vanwege het inhalen op of vlak voor een kruising met een snelheid van 80 km/uur, komt de rechtbank wegens de ernst van het letsel van op grond van de billijkheidscorrectie van art. 6:101 BW eveneens tot 100% schuld aan de zijde van de automobilist.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever niet aansprakelijk ex art 6:170 BW voor handelen ondergeschikte, want geen zeggenschap

  • Rechtbank Rotterdam
  • 9 maart 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:3638

Geen letselzaak. Bij het lossen van gevaarlijke stoffen door een werknemer van gedaagde in Duitsland is de lading koolzuurgas uit de tankwagen gevloeid. Eiser (transportonderneming) stelt gedaagde (in tanktransporten gespecialiseerde transportonderneming) als werkgever ex art 6:170 BW aansprakelijk voor de fout van de ondergeschikte. De rechtbank oordeelt dat tussen eiser en gedaagde was afgesproken dat de betreffende werknemer van gedaagde alleen zou rijden, niet laden of lossen. Gedaagde heeft als werkgever van de betreffende werknemer duidelijke instructies gegeven dat hij geen lossingshandelingen zou verrichten. Onder deze omstandigheden kan niet geoordeeld worden dat gedaagde ter plaatse en ten tijde van de lossing zeggenschap in de zin van artikel 6:170 BW had over de werknemer. Gedaagde is derhalve niet aansprakelijk ex art 6:170 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: bewijslevering, motorrijder had rekening moeten houden met grint op de weg

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 31 mei 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:4282
  • 200.128.839/01

Beroepsaansprakelijk belangenbehartiger wegens laten verlopen van beroepstermijn; motorongeval in Schotland in 1992, waarbij passagier letsel opliep. Bij eerder tussenarrest was aan benadeelde onder meer opgedragen te bewijzen dat de weg waarop het ongeval plaats vond recent was voorzien van een nieuwe laag grind, althans dat ook elders op de weg dan in de bocht waarin het ongeval plaats vond los grind aanwezig was. Het hof acht benadeelde geslaagd in het bewijs door middel van getuigen; de bestuurder had derhalve rekening moeten houden met aanwezigheid grind. Hiermee staat de aansprakelijkheid van de echtgenoot van benadeelde vast. Het hof acht de belangenbehartiger aansprakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever niet geslaagd in tegenbewijs van causaal verband tussen doppen aandraaien en peesschedeontsteking

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 24 mei 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:5694
  • 200.044.328/01

Werkgeversaansprakelijk; art 7:658 BW. Eindarrest in een langlopende beroepsziektezaak. Het hof acht de werkgever, na deskundigenbericht, niet geslaagd in het leveren van tegenbewijs tegen het vermoeden dat sprake is van causaal verband tussen de werkzaamheden van werknemer – die als flessenvuller veel doppen op flessen draaide – en het ontstaan van een peesschedeontsteking. De vorderingen van de werknemer worden in hoger beroep alsnog toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Gerecht Curaçao: beperking looptijd vanwege niet voldoen aan schadebeperkingsplicht

  • Gerecht Curaçao
  • 23 mei 2016
  • ECLI:NL:OGEAC:2016:14
  • AR 72740/2015

Motorrijder (47 jaar) loopt bij ongeval in 2012 op Curaçao arm- en knieletsel en geheugenstoornissen op (9% b.i). Hij was voorheen lasser, wilde als buschauffeur aan het werk, maar had geen baan op moment van ongeval. Het Gerecht acht het medisch expertiserapport onvolledig, maar nader onderzoek is moeilijk, omdat doordat benadeelde nadien ernstig letsel heeft opgelopen bij schietpartij. Het Gerecht is van oordeel dat de zaak ook beslecht kan worden zonder onderzoek en schat de schade op basis van art. 6:97 BW. voor het inkomen zonder ongeval sluit het Gerecht aan bij het minimumloon op Curaçao. M.b.t. het inkomen na ongeval stelt het Gerecht vast dat benadeelde in de vier jaar na het ongeval geen inkomen heeft verworven en zich op zijn zachts gezegd niet actief heeft opgesteld om zijn eventuele restverdiencapaciteit te benutten. Naar het oordeel van het Gerecht dient dat door te werken in de looptijd van schade en het acht een looptijd van de schade van 10 jaar redelijk; de looptijd is 17 jaar ervan uitgaande dat benadeelde tot 60e zou hebben gewerkt; 7 jaar blijft voor zijn eigen rekening i.v.m. niet voldoen aan de schadebeperkingsplicht.

Lees verder

Foto-impressie afscheid Theo Kremer

  • PIV
  • 24 mei 2016
  • Foto's: Michel Wettstein
2016-05-MEI-PIV-RACHEL_0230

Op 24 mei jl. nam Theo Kremer afscheid als directeur van het PIV. Ter gelegenheid van dit afscheid vond een mini-seminar plaats in Sociëteit de Witte in Den Haag. Theo werd toegesproken door Siewert Lindenbergh, Geertruid van Wassenaer, Henk den Hollander en Eric Schneijdenbergh. Voor zijn bijzondere verdiensten ter verbetering van de letselschaderegeling ontving Theo een koninklijke onderscheiding uit handen van de Burgemeester van Rijswijk. Een verslag van het mini-seminar verschijnt in het eerstvolgende PIV-Bulletin. Een foto-impressie van dit bijzondere afscheid vindt u op het PIV-Kennisnet.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verzekeraar heeft voldaan aan Gedragscode Persoonlijk Onderzoek, observatie in letselzaak niet onrechtmatig; PIV-staffel redelijk

  • Rechtbank Den Haag
  • 25 mei 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:5695
  • C/09/502019 / HA RK 15-565

Whiplash; verzekeraar heeft benadeelde na aanwijzingen voor fraude laten observeren. Op basis daarvan heeft verzekeraar vastgesteld dat benadeelde –anders dan hij had gesteld- aan het werk was en dat benadeelde haar onjuist heeft geïnformeerd. Benadeelde vraagt verklaring voor recht dat het door de verzekeraar ingestelde persoonlijk onderzoek onrechtmatig is en dat met inhoud geen rekening dient te worden gehouden. 1. De rechtbank komt tot het oordeel dat de verzekeraar heeft voldaan aan alle vereisten die zijn gesteld in de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek: 1. gerede twijfel over juistheid mededelingen; 2. voldaan aan proportionaliteits- respectievelijk subsidiariteitsbeginsel; 3. besluit onderzoek door fraude coördinator; 4. observatie in openbare ruimte; 5. onderzoeksbureau voldoet aan voorwaarden; 6. benadeelde achteraf geïnformeerd. De resultaten van het onderzoek mogen derhalve worden gebruikt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verzekeraar naar aanleiding van het onderzoeksrapport met recht de onderhandelingen heeft afgebroken en eenzijdig de zaak heeft beëindigd. 2. BGK: De rechtbank is van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden de dubbele redelijkheidstoets meebrengt dat aansluiting wordt gezocht bij de PIV-staffel, zoals door verzekeraar is betoogd (€ 2.571 berekend op basis van uitgekeerde schadebedrag van € 4.000,-); 3. Kosten deelgeschil: € 5.161,28 (gevorderd: 8.495,95; uren bovenmatig).

Lees verder

PERSBERICHT: Koninklijke Onderscheiding voor Theo Kremer

  • PIV
  • 25 mei 2016
Onderscheiding Theo Kremer kleiner formaat

Mr. F. Theo Kremer is op 24 mei 2016 bij zijn afscheid als directeur van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) benoemd tot Ridder in de Orde van de Oranje-Nassau. Kremer ontving de onderscheiding uit handen van Michel Bezuijen, Burgemeester van Rijswijk. Kremer kreeg de onderscheiding vanwege zijn bijzondere verdiensten ter verbetering van de letselschaderegeling. Hij is vanaf de oprichting in 1998 directeur geweest van het PIV en hij heeft het PIV – van niets- laten uitgroeien tot een bepalend instituut, dat een belangrijke rol heeft gespeeld bij de verbetering van de letselschaderegeling. Naast zijn bijzondere verdiensten voor de letselschaderegeling heeft Kremer deze onderscheiding ook te danken aan zijn werk in diverse vrijwilligersfuncties.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: onvoldoende medische stukken overlegd ter onderbouwing van het causaal verband, vordering afgewezen

  • Hof Den Bosch, Ongepubl. jurisprudentie
  • 17 mei 2016

Benadeelde is in de periode van 1992 tot en met 2007 slachtoffer geworden van vijf verkeersongevallen met vijf verschillende verzekeraars. De rechtbank heeft de vordering van benadeelde van € 350.000,- afgewezen, om
omdat benadeelde niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. 1. Het hof overweegt dat de stelplicht en bewijslast t.a.v.
de gezondheidsklachten na de ongevallen en het causaal verband op benadeelde rust. Het enkele feit dat het (gedeeltelijk) klachten betreft die naar hun aard subjectief zijn, betekent niet dat het bewijs niet geleverd kan en behoeft te worden. Om het vereiste causaal verband te kunnen vaststellen, was het noodzakelijk dat benadeelde in ieder geval de door het hof bepaalde stukken in het geding zou brengen. Nu benadeelde dit heeft nagelaten is hij tekortgeschoten om, ter onderbouwing van het causaal verband, voldoende medische stukken in het geding te brengen. Enige rechtvaardiging daarvoor is niet gebleken. Het hof concludeert dat benadeelde] door het ontbreken van de gevraagde stukken, het causaal verband tussen zijn gestelde schade en de ongevallen onvoldoende heeft onderbouwd, zodat op die grond zijn vordering moet worden afgewezen. 2. Benadeelde wordt veroordeeld in de proceskosten van het geding begroot.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: aansprakelijk manegehouder ex 6:181 lid 1 BW als bedrijfsmatige gebruiker paard

  • Hof Den Bosch
  • 17 mei 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:1938
  • 200.162.571_01

Benadeelde valt tijdens een paardrijles van paard. Zij stelt op grond van art. 6:181 BW de manegehouder aansprakelijk. 1. Het hof acht art. 6:181 lid 1 BW (dier gebruikt in uitoefening van bedrijf) van toepassing. Het hof overweegt dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat voor de toepasselijkheid van art. 6:181 BW noodzakelijk is dat de manegehouder moet worden aangemerkt als een bedrijfsmatige gebruiker; hiervoor is vereist dat sprake was van meer dan het enkel stallen van het paard. Het hof is van oordeel dat dit het geval is. Reeds het ter beschikking stellen van bij haar gestalde paarden en/of het verhuren van die paarden, aan derden heeft tot gevolg dat de manegehouder als bedrijfsmatige gebruiker moet worden aangemerkt. 2. Niet gebleken is dat de paardrij-instructeur als “die ander” zoals is bedoeld in het tweede lid van art. 6:181 BW moet worden aangemerkt. 3. Het hof oordeelt dat bij beroep op risico-aansprakelijkheid de klachtplicht van art 6:89 BW niet van toepassing is.

Lees verder